Home Parlement Andere Positie van minister Daerden
Positie van minister Daerden
woensdag, 10 maart 2010 09:56

Vraag van  mevrouw Meyrem Almaci aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "de positie van minister Daerden" (nr. 20077)


COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN, DE ALGEMENE ZAKEN EN HET OPENBAAR AMBT

woensdag 10-03-2010


Bron : http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic823.pdf

22.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de minister van Pensioenen komt meer in de pers met persoonsgebonden materies dan met zijn pensioenbeleid. U zult wel weten dat de nationale pensioensconferentie, die voor het najaar van vorig jaar was aangekondigd, nog altijd haar ei niet heeft  kunnen leggen. Wij hebben al verschillende deadlines gemist. Ik herinner mij nog een mooie verklaring van minister Daerden in de  plenaire vergadering dat er een week later een verslag met concrete voorstellen zou liggen. Wij hebben op het gebied van Pensioenen nauwelijks vooruitgang gezien. De bevolking is daarover ongerust en niet onterecht, want terwijl wij op dat vlak nauwelijks vooruitgang zien, stapelen de verschillende procedureslagen rond de heer Daerden zich op. Niet alleen heeft het Waals Parlement een onderzoek ingesteld naar eerder gegunde contracten aan het revisorenkantoor, maar de PS zelf is via een interne procedure de positie van de heer Daerden en vooral de gedragingen van het revisorenkantoor waarbij hij was betrokken aan het onderzoeken. Er was ook al een strafrechtprocedure en nu komt daar nog een gerechtelijk onderzoek bij. Het dossier dat werd ingediend, is anoniem maar bijzonder gedetailleerd. Het gerecht moet zijn werk doen. Wij hopen dat dit snel gebeurt. Dat is natuurlijk een belangrijk principe, dat het gerecht in alle vrijheid zijn werk moet kunnen doen en dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. De vraag rijst natuurlijk hoeveel onderzoeken een minister kan dragen. De vraag is pertinent als men ziet dat er op het gebied van de nationale pensioenconferentie, van zijn eigen beleidsdomeinen, nauwelijks vooruitgang wordt geboekt. De ongerustheid bij de bevolking groeit alleen maar. Ik wil ook nogmaals verwijzen naar een aantal interventies in het verleden, niet alleen voor de oprichting van een deontologische code, maar zelfs een heel concreet wetsvoorstel over de rol en de cumulatie van mandaten van revisoren zelf. Wij hebben toen ook gezegd dat wij het niet opportuun vinden dat een revisor actief is als uitvoerende macht op een domein waar hij tegelijkertijd als revisor diensten voor uitoefent. Ik heb dat wetsvoorstel al expliciet onder uw aandacht gebracht. Ik heb ook gevraagd om de minister van Pensioenen onder toezicht te plaatsen, niet om hem bij voorbaat te veroordelen, maar wel om ervoor te zorgen dat er op het gebied van zijn beleidsdomein vooruitgang wordt geboekt. Mijnheer de eerste minister, ik heb u al gevraagd of u reeds met de heer Daerden hebt gesproken. Ik heb ook akte genomen van wat u daarover in de pers hebt gezegd. Ik vraag mij af of dat de correcte weergave is, of wenst u daar nog iets aan toe te voegen? Ik zou graag weten of de regering momenteel vindt dat, met de verschillende onderzoeken die lopende zijn, de heer Daerden nog kan functioneren? Heeft de regering nog vertrouwen in dat goed functioneren? Wanneer en hoe lang kan volgens u een minister nog aanblijven bij een gerechtelijke procedure en verschillende lopende procedures? Wanneer wordt het met andere woorden te zwaar om te dragen? Bent u nog altijd niet van plan om een deontologische code uit te werken of denkt u nog steeds dat het voldoende is om te blijven bij de nu geldende omzendbrief? Indien u dat niet van plan bent, waarom niet? Er lijkt mij immers geen enkel beletsel om dat wel te doen. Dat zijn kort gesteld mijn vragen.


22.03 Eerste minister Yves Leterme: Ik heb met de heer Daerden vorige week gesproken over het dossier en ook over datgene wat toen in de pers was verschenen. Mevrouw Almaci, er bestaat een deontologische code. Dat lijkt mij voldoende op dit moment. Mijnheer Bultinck, de heer Daerden kan wat mij betreft functioneren. Ik zal nooit meedoen aan een soort publieke lynchpartij, ook al schrijft men dagen aan een stuk op de voorpagina van één of andere gazet allerlei verdachtmakingen. Dat heb ik ook nooit gedaan als oppositieleider. In dit land is er een instantie, een macht die daarmee belast is. Hopelijk doet men dat correct. Eenmaal het onderzoek afgelopen is en we in kennis worden gesteld van het resultaat ervan zullen we daaruit de gepaste conclusies trekken.

..;

22.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de eerste minister, u gaat de grond van de zaak uiteraard volledig uit de weg. Ik heb een heel belangrijk punt aangehaald in mijn vraag, namelijk dat er op het gebied van de pensioenen een heel belangrijke deadline is gemist in het najaar. De verschillende deadlines die daarna werden aangekondigd, zelfs tot in de plenaire vergadering toe, waarbij men het had over luttele weken, zijn ook gemist. Er is zelfs nog geen enkele vooruitgang op het terrein waarop die minister echt actief zou moeten zijn en dat van cruciaal belang is voor deze regering. De bevolking blijft op haar honger. U hebt er zelf regelmatig een speerpunt van gemaakt in uw eigen uiteenzettingen en speeches. Ik kan alleen vaststellen dat u in uw oude gewoonte vervalt, namelijk deadline na deadline vooropstellen en ze dan laten voorbijgaan zonder dat er ook maar enige vooruitgang is geboekt. Dan kan men wel degelijk de vraag stellen naar uw verantwoordelijkheidszin als premier. U moet er immers voor zorgen dat dit departement blijft draaien. Het is aan u om te beoordelen of de persoonlijke beslommeringen waarmee de heer Daerden zich moet bezighouden een effect hebben op zijn functioneren. Ik kan alleen vaststellen dat u  dat blijkbaar niet wil en niet kan. Het is heel duidelijk dat minister Daerden zelfs zonder deze beslommeringen geen vooruitgang heeft geboekt. Met deze beslommeringen ben ik wel bijzonder pessimistisch over de vooruitgang. Het is heel duidelijk dat u niet wenst in te gaan op de vraag hoeveel onderzoeken een minister aankan. Uw federale rondzendbrief is geen deontologische code. Ik heb die gezien, het is geen  deontologisch code. U wenst gewoon op geen enkele manier vooruitgang te boeken. Dat is bijzonder pijnlijk. Het toont alleen aan dat u mentaal gekortwiekt bent nadat u terug premier bent geworden van dit land.


Het incident is gesloten.

Laatst aangepast op vrijdag, 16 april 2010 10:20
 
Banner

RocketTheme Joomla Templates