|
Normal 0 21 false false false NL-BE X-NONE X-NONE MicrosoftInternetExplorer4
Politica’s en specialisten vragen de terugbetaling van de vaccinatie tegen bronchiolitis voor alle risico-prematuren en verdere maatregelen voor het bestrijden van deze infectieziekte
Op de Internationale Dag van het Vroeggeboren Kind pleitten Muriel Gerkens (Ecolo) Meyrem Almaci (Groen!) en Maya Detiège (Sp.a), de neonatoloog Bart van Overmeire (hoofd neonatologieafdeling van het Erasmusziekenhuis in Brussel en voorzitter van de Belgische Associatie voor Neonatologie) en de pediater José Ramet (hoofd van de pediatrische dienst in het UZA Antwerpen) bij minister Onkelinx voor een uitbreiding van de terugbetaalde behandeling van bronchiolitis bij prematuurtjes. De infectie van de onderste luchtwegen is voor prematuurtjes tot 35 weken bijzonder gevaarlijk, maar de inenting wordt enkel voor de jongste groep tot 32 weken terugbetaald. Politica’s en specialisten overhandigden gisteren een bokaal met 2.240 suikerbonen aan het kabinet-Onkelinx, symbolisch voor het aantal baby’s dat nu uit de boot valt.
Sedert maart 2010 werkt de groene fractie in het parlement aan voorstellen die het aantal vroeggeboorten kunnen voorkomen en doen dalen, de ouders en prematuurtjes kunnen begeleiden en beschermen gedurende de 8 jaar na een vroeggeboorte, die inzetten op multidisciplinaire ondersteuning en die bestaande goede praktijken willen ondersteunen en uitbreiden. Om dit alles mogelijk te maken is er nood aan het registreren en harmoniseren van de bestaande praktijken.
Wat op 4 maart 2010 startte met een colloquium in het parlement, groeide uit tot een resolutie die de heel wat noden van ouders en artsen vertaalde. Sindsdien werd er werk gemaakt van een betere registratie en opvolging van prematuurtjes tot 7 jaar. Daarvoor werd een budget van 2 miljoen euro vrijgemaakt bij het RIZIV. Op 9 november 2011 volgde een evaluatie van het geleverde werk in het parlement. Dit leidde tot een verdere actualisering van de oorspronkelijk resolutie op 4 vlakken:
1. De registratiesystemen verder harmoniseren zodat de gegevens ook statistisch verwerkt kunnen worden.
2. De goede praktijken verder opvolgen in het kader van het verder ontwikkelen van de conventies in de bestaande neonatologiecentra’s, materniteiten en afdelingen pediatrie , evenals bij huisartsen en multidisciplinaire artsenteams in en buiten de ziekenhuizen.
3. De effectiviteit evalueren van de 19 neonatale centra in het licht van de optimalisering van het aantal bedden per regio
4. Het optimaliseren van de preventie bij prematuren tegen zware infectieziektes zoals RSV door het nauwkeurig informeren van de ouders bij het verlaten van het ziekenhuis mbt externe factoren die respiratoire complicaties kunnen opleveren: sterke klimaatswisselingen –zoals kou, vochtigheid, tocht-, vervuiling, tabaksrook…personen met besmettelijke ademhalingsziektes zoals griep, hoest…
Concreet stelt de resolutie ook voor om de vaccinatie tegen RSV, genoegzaam bekend als bronchiolitis, verder uit te breiden naar alle prematuurtjes. Dit laatste is belangrijk: elk jaar van oktober tot maart treft bronchiolitis in België 6.000 baby’s. Bronchiolitis is dan ook de meest voorkomende ontsteking van de onderste luchtwegen bij kinderen. Bronchiolitis is ook uiterst besmettelijk waardoor elk jaar tijdens de wintermaanden de kinderafdelingen vaak volliggen met patiëntjes met deze aandoening. Voor de meeste voldragen baby’s kan deze aandoening weinig kwaad en blijft het bij een verkoudheid, maar voor zwakkere baby’s en prematuren kan ze uiterst gevaarlijk zijn. Doordat hun luchtwegen en hun immuunsysteem nog niet genoeg ontwikkeld zijn, riskeren ze er zware ademhalingsmoeilijkheden (zoals astma) aan over te houden. Voor de zwakste prematuurtjes kan bronchiolitis zelfs dodelijk zijn.
De uitbreiding is gerechtvaardigd: Van de prematuurtjes tussen 32 en 35 weken zijn er 2.240 die op de intensieve zorgen van de neonatologie belanden en gehospitaliseerd blijven. Deze groep wordt vandaag gediscrimineerd in de bescherming tegen bronchiolitis. Want hoewel deze groep kinderen hetzelfde risico lopen als jongere prematuren, wordt hun inenting niet terugbetaald. Via een onderhandeling met de pharmaceutische industrie moet het mogelijk zijn tegen een meer billijke prijs het vaccin breder toe te dienen. Voorbeelden in het buitenland kunnen hier ter inspiratie dienen. Alle hoog-risico-baby’s moeten ons inziens hetzelfde recht krijgen op een preventieve behandeling als de jongere prematuren. Dat ze door hun medische toestand op intensieve zorgen worden opgenomen, geeft duidelijk aan dat ze bijzonder kwetsbaar zijn. Dat zeggen ook alle specialisten. Het is in die context dat Meyrem Almaci (Groen!), Muriel Gerkens (Ecolo) en Maya Detiege ‘Spa) symbolisch aanklopten bij het kabinet van mevrouw Onckelinx, bevoegd voor Volksgezondheid. Via haar vertegenwoordiger , dokter Kuppenberg, engageerde de minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Onkelinx zich om rekening te houden met het advies van de politica’s en de specialisten en verder te onderhandelen over de terugbetaling van het vaccin. De input is gegeven, het woord is nu aan de minister. Meyrem Almaci, zelf moeder van twee prematuurtjes van 31 en 35 weken is alvast hoopvol. Samen met de collega’s zal zij er nauwlettend op toezien dat de discriminatie wordt weggewerkt.
|