|
01 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen over "de religieuze feestdagen" (nr. 11004)
Bron en volledig verslag http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic500.pdf
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN COMMISSION DES AFFAIRES SOCIALES
dinsdag 24-03-2009 01.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, naar aanleiding van het offerfeest van vorig jaar heeft de Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims, VOEM, gepleit voor een systeem waarbij iedereen vrij kon beschikken over zijn verlofdagen, naar aanleiding van de eigen levensbeschouwelijke overtuiging. U hebt in antwoord op die vraag verklaard dat u dat best ziet zitten en dat u de Nationale Arbeidsraad om een advies zou vragen, om zich over de kwestie te buigen en eventueel voorstellen te formuleren over de haalbaarheid van die vraag. Voorts heb ik daar niets meer van gehoord. Daarom had ik daar graag de volgende vragen over gesteld. Mevrouw de minister, ik veronderstel dat u nog steeds achter het idee staat, waarover u toen in de pers een aantal uitspraken hebt gedaan. Ik veronderstel ook dat u die vraag hebt gesteld aan de NAR. Indien u die vraag al hebt gesteld, als dat klopt, hebt u dan al een antwoord ontvangen? Indien u die vraag niet hebt gesteld, wanneer bent u van plan de vraag alsnog te stellen? Ik heb ook een vraag naar steun bij de regering. Zijn uw collega’s op de hoogte van het idee? Steunen zij het en werd dat reeds besproken in de regering?
01.02 Minister Joëlle Milquet: Mevrouw de voorzitter, het is voor een minister van Gelijke Kansen belangrijk om aan elke landgenoot toe te staan te kunnen deelnemen aan de grote symbolische feestdagen die deel uitmaken van zijn culturele traditie. Het kan inderdaad denkbaar zijn om plaats te ruimen voor een idee van een vlottende feestdag, die iedereen naar eigen goeddunken kan opnemen om die zo eventueel te kunnen gebruiken voor een religieus feest, en dat alles zonder dat het aantal feestdagen wordt gewijzigd. Er dient daarover een discussie plaats te vinden binnen het sociaal overleg onder de sociale partners. In die optiek heb ik in december jongstleden aan de Nationale Arbeidsraad gevraagd om zich over die problematiek te buigen en om in een advies voorstellen te formuleren. Vorige maandag, op 16 maart, heeft een werkvergadering plaatsgevonden in de Nationale Arbeidsraad. In het kader van de discussie over de religieuze feestdagen heb ik een denkpiste voorgelegd die aan die doelstelling zou kunnen beantwoorden. Het betreft een piste Een oplossing zou erin kunnen bestaan de bepalingen te wijzigen in verband met de verschuiving van de feestdagen die samenvallen met een gewone rustdag. Statistisch is er jaarlijks minstens een zo’n dag. We zouden kunnen erin voorzien dat minstens een dergelijke dag standaard aan de vrije keuze van de werknemer wordt overgelaten. Voor de jaren waarin geen zo’n dag voorkomt, kan dan een bijkomende vlottende dag toegekend worden. Dat denkspoor zou het mogelijk maken het beoogde doel te bereiken zonder dat de regelgeving te veel moet worden gewijzigd. Er moet dan wel aandacht worden besteed aan het sociaal overleg binnen elke onderneming en aan de zorg om de goede werking van de diensten ervan niet te desorganiseren. Een nieuwe werkvergadering staat binnenkort gepland in de Nationale Arbeidsraad. De discussie is lopende. Bovendien heb ik zelf voorgesteld om wijzigingen aan te brengen aan het KB van augustus 1963 dat bepaalt dat een werknemer afwezig mag blijven op het werk op de dag van de plechtige communie of van het feest van de vrijzinnige jeugd, met het oog op een verruiming van de definitie van dat omstandigheidsverlof in de richting van rituelen in verband met het kind zoals die plaatshebben bij andere in ons land erkende erediensten, de joodse, de anglicaanse, de orthodoxe en de islamitische eredienst. Ik wil op die manier de privésector op een lijn krijgen met het koninklijk besluit van 9 november 1998, dat voor werknemers in openbare dienst één dag omstandigheidsverlof vastlegt voor elk gebeuren dat met het cultureel ritueel in verband met het kind gelijkloopt. Op voornoemd vlak bestaat er nu een discriminatie tussen de openbare sector en de privésector. De bedoeling is de ongelijkheid in de feiten ongedaan te maken. Daarom is het bedoelde voorstel eveneens aan de Nationale Arbeidsraad voorgelegd. De bedoeling van voornoemde aanpassingen is niet het aantal verlofdagen uit te breiden, maar wel de modaliteiten ervan, waar nodig, aan de vrije keuze aan te passen. De problematiek werd eveneens aangesneden tijdens de werkvergadering van de Nationale Arbeidsraad van 6 maart 2009. Om in het dossier van de gelijkschakeling van de regeling voor de privésector met de regeling voor de openbare sector vooruitgang te kunnen boeken, wensten de sociale partners bijkomende inlichtingen over de volgende punten op te vragen. Zij hebben gevraagd naar een meer precieze beschrijving van de rituelen die anders in de in ons land erkende erediensten in verband met het kind bestaan en die met de plechtige communie gelijklopen. Zij hebben ook een overzicht opgevraagd van de eventuele problemen die in de openbare sector bij het beheer van de afwezigheden in het kader van dergelijk omstandigheidsverlof worden ervaren. Ik ondervraag momenteel mijn collega bevoegd voor het Openbaar Ambt over dat laatste punt. Ik wacht derhalve op het antwoord van mijn collega en naderhand op het advies van de NAR, vooraleer over de kwestie met mijn regeringscollega’s te overleggen. 01.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw omstandige uitleg. Ik heb uit uw antwoord begrepen dat er twee dagen zouden zijn, namelijk één dag die met de kinderen verband houdt en één dag die verband houdt met een rustdag of eventueel een vlottende dag, indien er in het betreffende werkjaar geen rustdag is. De bedoeling is om de regelgeving aldus nooit te veel te bruuskeren. Het zou voor gezinnen om één dag gaan die zij zelf kunnen kiezen in het kader van de levensbeschouwelijke overtuiging die zij aanhangen. Ook hebben zij één dag die met de kinderen verband houdt. Het gaat dus om twee dagen die de gezinnen maximaal kunnen benutten. 01.04 Minister Joëlle Milquet: De dagen voor de kinderen is echter één dag voor één gebeurtenis. Dat is dus een oneshotgebeuren. 01.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Het is inderdaad niet iets wat jaarlijks terugkeert. Ik kijk uit naar de volgende werkvergadering, die voor binnenkort zal zijn gepland. Op 6 maart 2009 heeft de eerste werkvergadering plaatsgevonden. Ik vermoed bijgevolg dat wij ergens in april of mei 2009 een definitief antwoord of voorstel van de NAR zullen krijgen. Ik kijk uit naar het resultaat. Het incident is gesloten
|