Home Parlement Diversiteit Aschaffing van de visumplicht voor de Turkse werknemers
Aschaffing van de visumplicht voor de Turkse werknemers
woensdag, 29 april 2009 01:00

Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over "de afschaffing van de visumplicht voor de Turkse werknemers" (nr. 12182)


Bron en volledig verslag http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic541.pdf

COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN

Woensdag 29-04-2009

03.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik verontschuldig mij dat ik zo gehaast ben, maar wij hebben op dit moment begrotingsbespreking in de commissie voor de Financiën. Mijn vraag was eigenlijk gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, de heer De Gucht, maar zolang ik een antwoord van de regering krijg, is het goed. Zij betreft de visumplicht voor Turkse werknemers. In februari kwam er van het Europees Hof van Justitie een uitspraak – de specifieke verwijzing naar het arrest vindt u in de schriftelijke vraag – waarin wordt gesteld dat de EU niet langer een visumplicht mag opleggen aan Turkse werknemers die de lidstaten binnenkomen om voor een in Turkije gevestigd bedrijf diensten te verrichten wanneer op 1 januari 1973 een dergelijke visumplicht nog niet bestond. Dat betekent dat België niet langer een visumplicht mag opleggen aan Turkse werknemers die hier op een wettige wijze diensten komen verrichten. toch blijkt dat in het arrest nog niet alles is uitgeklaard. Er zijn ook een aantal landen dat zich duidelijk verzetten tegen die beslissing en de gevolgen ervan. Zijn de minister en de regering op de hoogte van dat arrest? Welke maatregelen is men van plan te gebruiken om dat arrest toe te passen?  Zijn de collega’s in de regering door de minister van Buitenlandse Zaken al op de hoogte gebracht van de gevolgen van het arrest en van de wijzigingen die het teweegbrengt? Geldt de afschaffing van de visumplicht ook voor de landen die in 1973 nog geen lid van de EU waren, maar wel visumverplichtingen hebben voor Turkije? Graag enige verduidelijking daarover.

03.02 Staatssecretaris Olivier Chastel: De minister van Buitenlandse Zaken is op de hoogte van dit arrest. De vraag luidt: is de Turkse dienstverlener die houder is van een gewoon paspoort en zich voor een verblijf van maximaal drie maanden naar België begeeft, al dan niet ten onrechte door België aan de visumplicht onderworpen sinds 1980? Op deze datum heeft België de visumplicht ingevoerd voor Turkse onderdanen die houder zijn van een gewoon paspoort. In deze mag de Europese regelgeving inzake visa niet uit het oog worden verloren. Ten tweede, dit arrest werd door het Hof van Justitie enkel tegen Duitsland uitgesproken. De conclusies lieten uitschijnen dat het arrest op alle lidstaten van toepassing zou zijn, maar na grondige analyse bleken enkel Duitsland en Denemarken het arrest te moeten toepassen. Op dat punt heeft België met Turkije een bilateraal akkoord op 2 januari 1956 afgesloten. Het legt de visumverplichting voor een verblijf van maximum drie maanden op aan Turkse onderdanen die met dienstverleners kunnen worden gelijkgesteld.  aangezien dit bilateraal akkoord dateert van voor de inwerkingtreding van de associatieovereenkomst EEG-Turkije van 1963, waarvan het aanvullende protocol op 1 januari 1973 in werking is getreden, blijven de Turkse dienstverleners onderworpen aan de visumplicht om zich voor een periode van maximum drie maanden naar België te begeven. Gezien de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen op het Belgisch grondgebied in principe tot de  bevoegdheid van minister Turtelboom behoort, dient deze analyse wel nog door deze laatste te worden bevestigd. Ten derde, in de huidige stand van zaken en onder voorbehoud van bevestiging van de analyse door onze collega Turtelboom, is geen enkele wijziging van de Belgische praktijk op het terrein nodig. De minister van Buitenlandse Zaken voegt hieraan toe dat ook de Europese instanties zich nog verder over dit arrest zullen uitspreken. Ten vierde, zoals reeds gezegd zou het arrest enkel betrekking hebben op Duitsland en Denemarken.


.03.03. Meyrem Almaci Ik zou, ten eerste, willen vragen of ik het antwoord schriftelijk zou kunnen krijgen. Ik heb immers niet alles kunnen volgen. mijnheer de staatssecretaris, u hebt verwezen naar het feit dat enkel Denemarken en Duitsland de bepaling zouden moeten toepassen. U hebt, voor zover ik het heb kunnen verstaan, echter niet gemotiveerd waarom enkel zij de bepaling zouden moeten toepassen. Ik vermoed dat de reden ligt in het feit dat enkel in voornoemde landen reeds rechtzaken zijn ontwikkeld. Met andere woorden, als in ons land een Turkse werknemer op dezelfde manier een juridisch geding aanspant, kan ons land in dezelfde situatie terechtkomen. Het voorgaande lijkt mij een weinig efficiënte manier om Europese arresten om te zetten, aangezien de logische regels ingeven dat ons beleid zich moet voorbereiden op wat uit de uitspraak voor een specifieke lidstaat voortvloeit. U hebt ook verwezen naar de bilaterale akkoorden met Turkije inzake de visa voor verblijven van maximaal drie maanden. Het gaat hier natuurlijk om mensen die heel specifiek voor een korte periode – het voorbeeld in Duitsland ging over een Turkse vrachtwagenchauffeur – het land binnenkomen en opnieuw verlaten. De visumprocedures ter zake zijn, zoals u ook weet, in de praktijk veel te omslachtig. Ik wacht dus op de analyse van mevrouw Turtelboom. Ik vraag mij af of ik over haar analyse ook vragen moet indienen dan wel of ik het resultaat van de analyse door mevrouw Turtelboom sowieso zal ontvangen. In ieder geval neem ik akte van het feit dat de minister van Buitenlandse Zaken verklaart dat er op dit moment geen enkele wijziging nodig is. Dat wij tegelijkertijd afwachten wat Europa zal doen, lijkt mij enigszins in tegenspraak met de analyse die de regering van de gevolgen van het arrest heeft gemaakt. Zulks zal de onduidelijkheid enkel maar verhogen, omdat de gevoerde communicatie na het arrest van het Europese Hof van Justitie met Turkije en de Turkse werknemers behoorlijk duidelijk was. Voortaan zou het niet meer kunnen voor elke lidstaat waar sinds 1 januari 1973 geen visumplicht meer bestond. Ik hoop dus dat het niet de bedoeling is dat elke lidstaat tot op het moment dat er ook in eigen land een juridisch geding wordt  aangespannen, zoveel mogelijk  de situatie uit de weg zal gaan en aldus alleen maar meer verwarring zal creëren. Ik zal het antwoord van de minister nog eens goed bestuderen. Ik zou ook graag willen weten of ik expliciet aan mevrouw Turtelboom dezelfde vraag moet stellen dan wel of ik via via het antwoord en de analyse van mevrouw Turtelboom kan ontvangen. Ik wacht met aandrang de gevolgen af van de manier waarop op Europees vlak en in ons land met het probleem wordt omgegaan. Het lijkt mij immers dat ter zake het laatste woord nog niet is gevallen. Ik zou aan de huidige regering zeker het advies willen geven om niet te wachten tot de betrokkenen bij de rechtbank aankloppen. Dat is niet de goede manier om het probleem in kwestie aan te pakken.

 

Laatst aangepast op donderdag, 15 april 2010 14:56
 
Banner

RocketTheme Joomla Templates