|
02 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen over "het Blood and Honouronderzoek" (nr. 5326)
Bron en volledig verslag http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic222.pdf
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE
dinsdag 27-05-2008
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, tijdens de plenaire vergadering van 17 april 2008 stelde ik een vraag aan minister Dewael over de activiteiten die omstreeks die periode, met name tijdens het weekend van 19 en 20 april 2008, in ons land door Blood and Honour waren gepland. De activiteiten zouden voornamelijk in Vlaanderen plaatsvinden, waar een aantal locaties bij voornoemde organisatie nogal geliefd zijn. De verantwoordelijkheid voor het optreden tegen voormelde activiteiten wordt vaak naar de plaatselijke burgemeesters doorgeschoven. Zij moeten dan inschatten of het al dan niet noodzakelijk is om in te grijpen. De burgemeesters zijn echter vaak niet of pas erg laat op de hoogte van de bewuste activiteiten. Het is dan vaak te laat om nog echt actie te ondernemen of een degelijke organisatieaanpak te plannen. Een tijdje geleden, met name twee weken geleden, was er een uitzending van het VRT-programma “Koppen”, waarin via een undercoverjournalist duidelijk werd gemaakt dat Blood and Honour niet zomaar een onschuldige organisatie is. Zoals iedereen wel weet, is Blood and Honour een zwaar racistische organisatie, die tot geweld tegen joden en andere minderheden oproept. Zij roept ook tot racisme en discriminatie op. Wij vernamen ondertussen – ook u zult er wellicht van op de hoogte zijn – dat Blood and Honour al twee nieuwe activiteiten in Vlaanderen heeft gepland, met name op 17 juni 2008 – de organisatie van een concert – en op 11 oktober 2008 – een herdenking, met name de Ian Stewart-Donaldsonherdenking. Niet toevallig zijn het bijeenkomsten waarbij uit verschillende landen van Europa neonazi’s naar België komen. België is immers een van de laatste landen waar zij dergelijke concerten nog ongestraft kunnen organiseren. Tijdens de plenaire vergadering deed minister Dewael een oproep aan het Parlement om uit te zoeken of het Parlement via een wetsvoorstel of een aanpassing van de bestaande wetten een initiatief kan nemen. Wij zijn met de verschillende partijen effectief bezig met dat uit te zoeken. Ondertussen wil ik er u toch aan herinneren dat uw voorganger, Tony Van Parys, tijdens de voorbije legislatuur zei dat de huidige wetgeving eigenlijk volstaat. Op basis van de negationisme-, antiracisme- en terrorismewetten en de wet op de privémilities kunnen al heel wat acties worden ondernomen. Naar aanleiding van de twee vorige bijeenkomsten en de uitzending in het programma “Koppen” is mijn vraag de volgende. Werd naar aanleiding van de uitzending “Koppen” een onderzoek naar de bijeenkomst in België gestart? Parketwoordvoerder Tom Janssens verklaarde immers dat wat in de uitzending te zien was, effectief een inbreuk op de verschillende wetgevingen, zoals onder meer de antiracismewetgeving, betekende. Hij verklaarde ook dat hij samen met het parket de feiten grondig zou bekijken. Hij gaf aan dat, indien er inderdaad van een overtreding sprake zou zijn, er zou moeten worden opgetreden. Kunt u dus bevestigen of een onderzoek naar de bijeenkomst in België werd gestart? Werd een onderzoek naar de bijeenkomst in Overpelt gestart? Wat is uw houding ten opzichte van de organisatie van toekomstige bijeenkomsten? Ik kan wel vermoeden wat uw houding zal zijn, maar ik stel de vraag toch maar, for the record. Hopelijk veroordeelt u dergelijke bijeenkomsten. Hoe zult u met de kennis over geplande bijeenkomsten omgaan? Bent u van plan bepaalde stappen te ondernemen om die acties te verbieden, de uitspraken van uw voorganger Van Parys indachtig?
02.02 Minister Jo Vandeurzen: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Almaci, u hebt mij inderdaad enkele dagen voor de bijeenkomsten van 18 en 19 april een mondelinge vraag gesteld over de problematiek. Zoals ik destijds heb meegedeeld, heb ik aan de Veiligheid van de Staat de instructie gegeven zo vlug mogelijk aan de lokale politie mee te delen waar en wanneer de bijeenkomsten zouden plaatsvinden. U weet immers dat in deze neonazi- en extreemrechtse kringen de plaats van het gebeuren geheim wordt gehouden tot op het laatste moment. De politiediensten werden ingelicht door de Veiligheid van de Staat en waren paraat om eventuele strafbare feiten vast te stellen en desgevallend in te grijpen. De bijeenkomst in Bellegem vond plaats in een gehuurde feestzaal van een herberg. De neonazi’s verzamelden eerder op de E17-parking te Nazareth en gingen van daaruit naar Bellegem. De auto’s droegen Belgische, Duitse en Nederlandse nummerplaten. Zoals u weet, werd de vergadering incognito en clandestien met een verborgen camera gefilmd door een Duitse journalist. Hij infiltreerde gedurende een viertal jaren in het Europese neonazimilieu. In verband met Bellegem kan ik u meedelen dat de lokale politie van de politiezone VLAS in eerste instantie geen proces-verbaal heeft opgesteld nopens de bijeenkomst van Blood & Honour op 19 april. De politiediensten hielden die dag een constante observatie van de zaal, maar er werden geen strafrechtelijke feiten, noch inbreuken op de openbare orde vastgesteld, althans niet op de openbare weg. Er was geen politieaanwezigheid binnen in de zaal, aangezien het, volgens hetgeen mij werd meegedeeld, een privémanifestatie in besloten lokaal betrof, waarop de vrijheid van vergadering toepasselijk is. Na de uitzending van de televisiereportage waarop u alludeert, werd op vraag van de procureur des Konings te Kortrijk een proces-verbaal opgesteld door de lokale politie wegens aanzetten tot discriminatie, haat en geweld tegen een groep of een gemeenschap. De procureur startte op 7 mei een opsporingsonderzoek. De identiteit van diverse personen is bekend. De procureur-generaal van Gent deelt mij mede dat het de bedoeling is van het gerecht om al het beeldmateriaal in beslag te nemen en de betrokken personen te verhoren. Het parket-generaal te Gent deelt mij tevens mede dat op 7 mei de processen-verbaal officieel aan het federaal parket werden bezorgd, met verzoek om overname en coördinatie van het onderzoek, gelet op gelijkaardige gebeurtenissen in het recente verleden en het gegeven dat het federaal parket nu reeds het gerechtelijk onderzoek en de procesgang van de Dendermondse zaak BBET, de extreemrechtse groep Bloed Bodem Eer en Trouw, voor zijn rekening neemt. Het is nu aan het federaal parket om uit te maken of deze al dan niet gevolg geeft aan het verzoek van het parket van Kortrijk. Met betrekking tot de bijeenkomst in Overpelt werden er geen strafbare feiten vastgesteld, er werd dus ook geen proces-verbaal opgesteld en tot nu toe werd er ook nog geen opsporingsonderzoek geopend. Bij brief van 15 mei – die brief had ik uiteraard verstuurd voordat ik kennis had van uw vraag – heb ik de procureur-generaal van Gent en Antwerpen, alsook de federale procureur, aangeschreven. Het lijkt mij immers mogelijk of zelfs waarschijnlijk – de televisiebeelden wijzen in die richting – dat er tijdens die bijeenkomsten inbreuken begaan werden op de wet van 23 maart 1995 betreffende het negationisme en/of de wet van 30 juli 1981, de antiracismewet. Uiteraard komt het mij niet toe om daar een definitieve positie over in te nemen, maar in ieder geval zou dat moeten worden onderzocht. Daarnaast wijzen die samenkomsten, alsmede de documentatie die het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding mij liet geworden, op het bestaan in België van groeperingen die de rassenhaat zouden verkondigen en de genocide, gepleegd door het Duits nationaalsocialistisch regime, zouden ontkennen. U weet dat het behoren tot een groep of tot een vereniging die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt, en het verlenen van medewerking aan een zodanige groep of vereniging, strafbaar is volgens artikel 22 van de wet van 30 juli 1981. Ik denk onder meer aan de leiders van die groeperingen, aan de leden ervan en aan de personen die op een of andere wijze met kennis van zaken medewerking verlenen. Bij voormelde brief heb ik de gerechtelijke overheid in kennis gesteld van mijn bezorgdheid over de feiten en tevens verzocht te letten op een gepaste coördinatie, gezien de vaststelling dat er tegelijkertijd in meerdere arrondissementen en rechtsgebieden vergaderd werd. Dat vraagt duidelijk een helikopterzicht op de zaak en daarvoor moeten de nodige schikkingen getroffen worden. Ondertussen weet u ook dat het federaal parket verzocht werd, door het parket-generaal, om eventueel na te gaan of hij de coördinatie op zich moet nemen. Het voorafgaandelijk verbieden van dergelijke acties, waarover u een vraag hebt gesteld, valt buiten mijn bevoegdheid als minister van Justitie, aangezien dat een bestuurlijke maatregel is, maar zoals collega Dewael op een vraag in de Kamer heeft geantwoord – dat antwoord is ook mijn positie –, ben ik bereid om een parlementair wetgevend initiatief ter zake met aandacht te volgen en, omdat dat adequaat is, ook effectief te ondersteunen.
02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik ben er zeer verheugd over dat hij zelf een brief heeft gestuurd en dat er met de parketten gewerkt wordt aan de aanpak van de twee bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden. Uiteraard werken wij voort aan ons initiatief. Wij hopen in ieder geval dat op 7 juni en 11 oktober de paraatheid er is. Ik zal dezelfde bezorgdheid ook meegeven aan minister Dewael. Mijnheer de minister, ik leid uit uw antwoord af dat u die bezorgdheid absoluut deelt. Op 7 juni en 11 oktober hoop ik dat zowel de politiediensten als het parket paraat staan voor de bijeenkomsten op dat moment. Ik dank u in ieder geval voor uw antwoord. Ik volg met aandacht op wat er uit de parketten zal komen inzake die bijeenkomsten. Ik hoop dat we snel tot een initiatief kunnen komen om dat soort zaken in de toekomst te verbieden.
Het incident is gesloten.
|