Home Parlement Diversiteit Discriminatie in de uitzendsector
Discriminatie in de uitzendsector
donderdag, 19 november 2009 11:48

02 Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, over "de discriminatie in de uitzendsector" (nr. 14241)

Bron en volledig verslag  http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic693.pdf

dinsdag 10-11-2009

COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN

02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik had vóór het reces een vraag ingediend, omdat er op dat moment enige agitatie was over een proces rond discriminatie in de uitzendsector. Het proces in  kwestie is niet kunnen doorgaan. Er zijn al enkele jaren berichten over discriminatie in de uitzendsector. De voorbije jaren zijn er ook heel wat controles geweest. In 2009 waren dat vijfentwintig controles, waarvan vier in een procesverbaal zijn uitgemond. De organisatie Kif Kif heeft al in 2007 een vijfpuntenplan opgesteld over de aanpak van discriminatie in de uitzendsector. Er is ook, in navolging van een vergelijkbaar proces in Frankrijk, een rechtzaak aangespannen. De desbetreffende rechtzaak is omwille van een procedurefout niet kunnen doorgaan. Intussen is er na het reces, met name op 16 september 2009, een hoorzitting geweest. Dat is belangrijk, want uit de hele voorgeschiedenis en ook uit het onderzoek van het voornoemde, specifieke geval blijkt dat er toch heel wat meer aan de hand is dan louter een geïsoleerd geval of een individuele misstap. Ondertussen gaan dergelijke misbruiken nog steeds door en komen er heel wat klachten in die zin binnen. Dat is erg pijnlijk ten tijde van crisis, niet alleen omwille van de mensen die nu al in België zijn en vanuit een andere, etnisch-culturele achtergrond werk zoeken maar ook voor zij die nu in een asielprocedure verwikkeld zijn. Zij worden in de nieuwe, tijdelijke asielprocedure aangemaand een job te zoeken of te proberen een contract te bemachtigen. Mevrouw de minister, ik hoef u er niet van te overtuigen dat dergelijke praktijken niet alleen onze arbeidsmarkt ontwrichten maar ook onze samenleving ondergraven. Ik heb dan ook de volgende vragen. Was u op de hoogte van voornoemde, eerste rechtzaak? Wat was of is uw standpunt over de gang van zaken en over de procedurefout, die erop neerkomt dat er geen goede vertaling was? Zullen er nieuwe stappen worden ondernomen? Wat is er ondertussen uit de hoorzitting gekomen? Mijn vraag is immers al enigszins gedateerd. Bent u op de hoogte van het vijfpuntenplan van Kif Kif, dat al in 2007 is gemaakt? Deelt u de mening van Kif Kif over de aanwezigheid van discriminatie in de uitzendsector? Kunt u zich scharen achter een aantal ideeën uit het vijfpuntenplan, meer bepaald het idee dat klanten of bedrijven die systematisch allochtone kandidaten of kandidaten uit kansengroepen weigeren, op een interne, zwarte lijst kunnen worden geplaatst en hun recht op uitzendarbeid kunnen verliezen? Bent u ook van mening dat de overheden dringend werk moeten maken van de invoering van diversiteitsclausules bij de toekenning van eigen contracten? Moet er ook werk worden gemaakt van de invoering van proactieve, sociale inspecties, dus praktijktests, om beëdigde ambtenaren toe te laten na te gaan of er al dan niet wordt gediscrimineerd? Bent u van plan om specifiekere, op de uitzendsector gerichte acties te ondernemen of gesprekken aan te gaan, teneinde de discriminatie in voornoemde sector uit te bannen? Hebt u op voornoemd plan al dan niet een termijn geplakt?


02.02 Minister Joëlle Milquet: Wat uw vraag betreft over discriminatie in de  uitzendsector, heb ik als minister van Werk en van Gelijke Kansen natuurlijk met veel aandacht het verloop van de zaak waarnaar u verwijst gevolgd. Het is volgens mij nuttig u er nogmaals aan te herinneren dat het niet aan mij is als minister om een uitspraak te doen over een rechterlijke beslissing. Ik vind het persoonlijk een spijtige zaak dat de raadkamer wegens een procedurefout de zaak niet kon doorverwijzen naar de correctionele rechtbank. SOS-racisme heeft na deze uitspraak beslist de zaak voor de burgerlijke rechtbank te brengen en heeft het uitzendkantoor op 1 september een dagvaarding gestuurd om voor de rechtbank in eerste aanleg te verschijnen. De vereniging, gesteund door het ABVV, eist 150 000 euro van Adecco in naam van alle nietgeïdentificeerde  personen van vreemde afkomst die bij aanwerving worden gediscrimineerd. Het Centrum kan helaas geen burgerlijke procedure starten, aangezien de toenmalige antiracismewet van 30 juli 1981 geen burgerrechtelijk discriminatieverbod bevat en het Centrum niet bevoegd is om in rechte op te treden op grond van collectieve arbeidsovereenkomsten, ook al hebben deze betrekking op nondiscriminatie. Ik heb weet van het opzet van vzw Kif Kif. Dat is tamelijk interessant, denk ik. Zonder een uitspraak te doen over de cijfers die ze naar voren brengen, weet ik dat de uitzendsector gevoelig is voor discriminatie. Ik houd er aan eveneens te herhalen dat de zaak waarover hier een rechterlijke beslissing werd genomen, een specifiek geval is  en dat dit dus geen algemeen fenomeen in de sector is. Toch moeten we natuurlijk voorzichtig zijn. Het is ook duidelijk dat we dankzij de socioeconomische monitoring een duidelijker beeld zullen hebben van de reikwijdte van dit fenomeen. Wat de punten betreft die de vzw Kif Kif naar voren schuift, kan ik u volgende zaken meedelen. Er bestaat reeds een verplichting voor uitzendbureaus om bepaalde gebruikers te weigeren, die hun uitzendkrachten systematisch in onveilige arbeidsomstandigheden laten werken. Dat is bepaald in de wet van 4 augustus 1996. Hiervoor werd een interne procedure uitgewerkt door de beroepsfederatie Federgon. De sector zou dus, rekening houdend met alle wettelijke en deontologische principes, een gelijkaardige interne procedure kunnen uitwerken om discriminatie binnen de uitzendsector tegen te gaan. Ik zal de sector vragen een deontologische code op te stellen en de aangeslotenen van de sector uit te nodigen een lijst bij te houden van leden die zich niet aan deze code houden. Ik verwijs naar het federale actieplan Duurzame Overheidsopdrachten, waarin de mogelijkheid voorzien wordt om een sociale clausule in te lassen bij overheidscontracten.  Ik waak erover dat het actieplan en de bijhorende gids voor administratie en overheidsdiensten niet alleen aandacht zullen hebben voor de diversiteitclausule die de tewerkstellingskansen van allochtonen en personen met een arbeidshandicap bij onderaannemers bevorderen, maar eveneens voor non-discriminatieclausules waarbij aan alle kandidaat-werknemers op ondernemingsniveau een bijkomende bescherming geboden wordt tegen  discriminatie op grond van de wettelijke beschermcriteria, namelijk huidskleur, etnische afstamming, geslacht, leeftijd, handicap enzovoort. Ten slotte werden in 2007 op federaal niveau wettelijke antidiscriminatiebepalingen goedgekeurd die werden gevolgd door decreten en bepalingen in de deelstaten. Deze wetgevingen verfijnen de discriminatiebegrippen alsook de middelen om ze te bestrijden. Bovendien moedigen de Belgische federale en gewestelijke overheden reeds sinds geruime tijd de werkgevers en hun organisaties, de verantwoordelijken voor het humanresourcesmanagement, de vakbondsorganisaties en de verschillende openbare organisaties en administraties aan om hun inspanningen ter bestrijding van discriminatie op de werkvloer op te drijven. Deze wettelijke bepalingen zijn van toepassing op alle werkgevers, dus ook op de uitzendkantoren. Het lijkt mij niet opportuun dwingende maatregelen te nemen die slechts op één sector van toepassing zijn. Dit kan overigens een verschil in behandeling creëren en dat is ongerechtvaardigd. Als toch zou blijken dat alle  sectoren met deze moeilijkheden worden geconfronteerd, zal ik het niet laten de sociale partners te sensibiliseren en indien nodig de Inspectie van de Sociale Wetten vragen tussen te komen. Ik wil duidelijk stellen dat deze discussie geen deel kan uitmaken van het debat dat momenteel aan de gang is in de uitzendsector over de modernisering van de reglementering en het omzetten van de Europese richtlijnen.


02.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mevrouw de minister, eerst en vooral dank ik u voor uw antwoord. Het is mij niet duidelijk wat er op 16 september als resultaat van de hoorzitting naar aanleiding van de dagvaarding van Adecco door SOS Racisme uit de bus is gekomen. Ik had daarover graag nu of op iets langere termijn wat meer info gekregen. Wat mij gunstig stemt, is dat de ideeën die geopperd worden door Kif Kif – dit werd in 2007 al aangekaart en vandaag zijn wij bijna 2010 – enige weerklank beginnen te krijgen en dat u van plan bent met Federgon aan tafel te gaan zitten. Het is immers Federgon dat, bij wijze van spreken, heel lang de kop in het zand heeft gestoken. In De Standaard is er een hele artikelenreeks geweest waarin aangegeven werd dat Federgon het probleem altijd heeft ontkend, omdat het geen signalen kreeg over kantoren die zich daaraan bezondigden. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk. Niemand bazuint graag uit dat zijn kantoor zich aan dergelijke praktijken bezondigt. Dat is evenwel niet goed voor de sector zelf, wiens imago onderuitgehaald wordt. Het is zeker ook niet goed voor uw beleidsdomein en voor de gelijke kansen die u wil realiseren. Ik kijk reikhalzend uit naar de opstart van de deontologische code en naar de gesprekken die u zult voeren. Ik zou graag weten binnen welke termijn u dit verwacht. Ik ken de positie van het Centrum voor Gelijkheid van kansen. Dat is geen probleem. Ik ben ook erg benieuwd naar hoe die socio-economische monitoring in het werk zal gaan. Krijgen wij daar een verslag van? Op welke manier kunnen wij ons daarover informeren? Het is toch belangrijk in de toekomst na te gaan hoe groot de impact is van bijvoorbeeld zo’n deontologische code en van de sensibilisering van deze problematiek. Ik wil u nog heel expliciet volgende vraag stellen. U hebt er een beetje omheen gefietst maar de praktijktests zijn en blijven een probleem. Ik meen dat deze meerderheid daar dringend duidelijkheid  over moet scheppen. Willen wij praktijktests? In theorie kan het, in de praktijk bestaan zij gewoon niet, of worden zij niet erkend. Het wordt echt tijd dat er een groep van beëdigde ambtenaren mee bezig kan zijn. Ik roep u op daaraan te werken en er een oplossing voor te vinden. Anders zal men in de gevallen waar het niet bewezen kan worden nooit een stap vooruit zetten en dat zou zeer jammer zijn. Dat geldt niet alleen voor deze sector, maar voor de arbeidsmarkt in zijn geheel. Op die manier kan men de “cowboys” onderscheiden van de mensen die het goed menen. Dat maakt het samenleven toch net iets makkelijker. Kortom, ik roep op daar voldoende aandacht voor te hebben, en ik kijk uit naar de deontologische code ter zake en naar de monitoring. Ik hoop dat die er op korte termijn komen. Misschien kunt u over de termijn nog kort wat uitleg geven?


02.04 Minister Joëlle Milquet: Ik heb een afspraak met Federgon binnen twee weken over een aantal zaken in het dossier en natuurlijk ook over dat dossier. Zoals u weet ben ik ook een grote voorstander van diversiteit. Ik wacht op het resultaat van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. We zijn bijna klaar met de socio-economische monitoring. Dat zal voor maart of april 2010 zijn. De eerste test voor de diversiteit is daarmee verbonden.

 

 
Banner

RocketTheme Joomla Templates