|
Vraag van mevrouw Meyrem Almaci aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "het stabiliteitsprogramma" (nr. 19000)
COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING dinsdag 02-02-2010
Bron: http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/52/ic770.pdf
01.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik ga niet herhalen wat mijn collega’s al hebben gezegd. Het is in ieder geval duidelijk dat de regering rekent op een hogere economische groei dan vooropgesteld om die meevaller te gebruiken om het ook zelf iets beter te doen dan op dit moment het geval is. Het tekort zal in 2012, zoals genoegzaam bekend is, 3,4 % moeten bedragen. Om de 3 % te behalen, is op een bepaald moment gezegd dat desnoods uitzonderlijke maatregelen zullen worden genomen om de overige 0,4 % weg te werken. Dat betekent immers een extra inspanning van 1,2 miljard. De vraag rijst aan welke uitzonderlijke maatregelen de regering denkt voor die extra inspanning van 1,2 miljard. Welke richting zouden die uitgaan? Passen die wel of niet in een concreet en uitgebreider saneringsplan dat ook door de Hoge Raad van Financiën wordt vooropgesteld? Een volgende vraag is niet zomaar gebaseerd op het commentaar van de Hoge Raad van Financiën. Ik wil u vragen naar een verklaring voor de verschuiving in het standpunt van de regering. Is die alleen ingegeven door de betere economische groeiprognoses of is ze ingegeven door een sense of urgency, op basis van wat Europa heeft gezegd en wat u eerder al in de regering hebt aangekaart, soms op nogal dramatische wijze met het woord “failliet” en dergelijke? Is de verschuiving en het sneller saneren naar 3 % alleen op betere economische groeicijfers gebaseerd of zit er daadwerkelijk een uitgebreider structureel plan achter? Welke concrete saneringsmaatregelen zullen worden genomen? Welke uitzonderlijke maatregelen heeft de regering in gedachten? Maakt dit allemaal deel uit van een groter plan waarop wij momenteel nog geen zicht hebben? Ik hoop in elk geval van wel. Ik hoop ook dat u een beetje licht in de duisternis kunt brengen. ... 01.05 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik heb een powerpointtabel laten ronddelen waarin u de belangrijkste cijfers terugvindt. Ik zal over die cijfers wat bijkomende inlichtingen verschaffen die te maken hebben met de gestelde vragen. Ik dacht dat het, voor de duidelijkheid, nuttig was om u die tabellen te geven, anders is het moeilijk om mijn uitleg te volgen. Vooraleer dieper in te gaan op de details leg ik nog even de procedure uit, zoals wij die in de regering volgen. De werkzaamheden die gepaard gaan met de antwoorden op de verschillende vragen die ons gesteld worden door de Europese Commissie en die besproken worden in de Ecofinraad, leiden ertoe dat wij op geregelde tijdstippen informatie verschaffen. Het is dus niet abnormaal dat wij geregeld bevraagd worden door de commissie en dat wij op geregelde tijdstippen antwoorden. Wat wij dit jaar evenwel anders hebben aangepakt dan vorig jaar, is dat wij dit jaar de Europese Commissie tijdig hebben geantwoord op de vragen die werden gesteld over de verdere uitvoering van ons stabiliteitsprogramma. U zult zich herinneren dat wij vorig jaar zeer laattijdig op de vragen van de commissie hebben geantwoord. Bij de regering leefde de overtuiging dat alleen al het feit dat men laattijdig antwoordde een zekere prikkelbaarheid van de Ecofinraad en de commissie veroorzaakte. Wij hebben ons dus aangesloten bij de normale procedure en bij de goede gang van zaken, waarbij wij enerzijds eind vorig jaar de nodige schikkingen hebben getroffen om een samenwerkingsakkoord te hebben met de entiteit II, wat absoluut noodzakelijk was om de aanvullingen van de informatie te kunnen bezorgen aan de commissie, en anderzijds binnen de gestelde termijnen ook de aanvulling van ons stabiliteitsprogramma aan de Europese Commissie hebben bezorgd. Wat zullen de volgende stappen zijn? Wij hebben in de loop van het voorjaar uiteraard een begrotingscontrole, waarbij wij de uitvoering in 2010 op de voet zullen volgen. In juni zullen wij aan de Europese Commissie bijkomende informatie verschaffen over de evolutie van de stand van zaken. Eind dit jaar zal er weer een aanvulling bij ons stabiliteitstraject worden geproduceerd. Dat zijn de normale stappen die gezet moeten worden en die wij ook zullen zetten. Ik zal nu ingaan op de praktische informatie zoals die moet worden gegeven voor een volledig antwoord op de gestelde vragen. Het is wel degelijk op 16 september dat het Overlegcomité de beslissing heeft genomen voor de update van het stabiliteitsprogramma 2009- 2013, waarin uitgedrukt in bbp-termen het volgende werd overeengekomen. Het normatieve traject van september 2009 werd bepaald op een tekort van 5,9 in 2009, 6 in 2010, 5,5 in 2011, 4,4 in 2012, 2,8 in 2013, 1,3 in 2014 en op een evenwicht in 2015. Op 11 november was er de nota van de commissie: “Belgium: Commission assessment in relation to the Commission recommendation for a Council decision and recommendation under the articles 104 § 6 and 104 § 7 of the Treaty.” Daar gaat het over het stabiliteitsprogramma. Op 2 december kwam de communicatie van de Ecofinraad. Op 15 december zijn wij met de Gewesten en de Gemeenschappen overeengekomen om een samenwerkingsakkoord te ondertekenen dat de te realiseren begrotingsdoelstellingen voor 2009 en 2010 bepaalde. Die begrotingsdoelstellingen vindt u terug op de tweede slide, die wij u ter beschikking gesteld hebben in papieren versie. Ik ga die cijfers hier niet overlopen en niet voorlezen, want u vindt de exacte gegevens daar In januari werd door de Hoge Raad van Financiën volgens de gebruikelijke timing en de gebruikelijke procedures een nieuw advies gepubliceerd van de afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid, waarin een nieuwe evaluatie over 2008-2009 en de begrotingstrajecten ter voorbereiding van de volgende aanvulling van het stabiliteitsprogramma voorzien waren. In feite beveelt de Hoge Raad van Financiën twee belangrijke doelstellingen aan voor de consolidatie van de overheidsfinanciën op korte en middellange termijn. De eerste aanbeveling kennen wij. Die wordt nu strikt nageleefd door de federale regering, namelijk het bereiken van het begrotingsevenwicht in 2015. In tweede orde wordt aanbevolen de tussentijdse doelstelling, een tekort van maximaal 3 %, te bereiken in 2012, en niet in 2013 zoals in de eerdere trajecten geschreven stond. Op 30 januari 2010, binnen de termijn, is het nieuwe Stabiliteitsprogramma opgemaakt en doorgestuurd. De doelstelling is het behalen van een tekort van 3 % tegen 2012. Op slide nummer 3 ziet u hoe wij dat tekort in procenten van het bbp voor de entiteiten I en II hebben ingevuld. Daarbij ook de verbetering van de saldi zoals die in de achtereenvolgende jaren moeten plaatsgrijpen. Dat betekent voor entiteit II - de doelstellingen voor de Gemeenschappen en Gewesten - perfect overeenstemmen met de eigen doelstellingen van die Gemeenschappen en Gewesten zoals die door hen in november 2009 werden gepubliceerd. Het was niet mijn bedoeling om op het niveau van de Vlaamse regering, de Waalse gewestregering, de Franse gemeenschapsregering, de Franse gemeenschapscommissie in Brussel of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeilijkheden te creëren. Integendeel, om toe te laten dat de regeerakkoorden van de verschillende andere entiteiten perfect kunnen worden nageleefd, hebben wij de cijferreeksen die voorkomen in de begrotingen van die verschillende entiteiten, en ook voorkomen in de algemene toelichtingen van die entiteiten zoals ze in hun eigen parlement zijn neergelegd, overgenomen zoals ze zijn. In dat traject komt de doelstelling voor de lokale overheden overeen met de doelstelling die al in de aanvulling van het Stabiliteitsprogramma in 2009 werd goedgekeurd en aanvaard. Wat ons in dit verhaal in het bijzonder aanbelangt, is entiteit I. In 2010 hebben wij de doelstelling van de begroting zoals ze in het Parlement werd goedgekeurd, genomen en aangepast in het raam van een betere macro-economische omgeving. In 2011 hebben wij hetzelfde gedaan. Dat betekent dus dat wij in vergelijking met het vorige Stabiliteitsprogramma twee parameters hebben herbekeken. De eerste is die met betrekking tot de economische groei. Wij schatten die groei iets beter in dan aanvankelijk. Ik moet u eerlijk zeggen dat wij, zelfs met een hogere inschatting, nog altijd uitermate voorzichtig blijven. Als ik onze cijfers vergelijk met de cijfers uit de naburige landen, kan ik enkel maar zeggen dat wij bijzonder voorzichtig zijn. Wij voorzien voor de periode 2010-2011-2012 een gecumuleerde groei van 5 %. Italië neemt 5,1 %, Nederland 5,5 %, Oostenrijk zit een tiende onder ons, Ierland verwacht zelfs een groei van 6,5 %. Volgens de meest recente krantenartikels die ik in de Franse pers heb gelezen – ik begroet de vertegenwoordiger van de Franse ambassade, die onze werkzaamheden hier volgt –, is de voorziene groei in 2011 in Frankrijk zelfs 2,5 %. Wij gaan slechts uit van een groei van 1,7 %. Met het voorgaande wil ik u enkel uitleggen dat wij onze groeicijfers lichtjes naar boven hebben aangepast. Desalniettemin blijven wij ter zake uitermate voorzichtig. Een tweede element dat wij hebben ingepast, zijn de maatregelen met betrekking tot de twee begrotingen waarover de regering heeft gedebatteerd. De maatregelen voor 2011 werden nog niet volledig in de prognoses van de Hoge Raad van Financiën verwerkt. Voor de allereerste keer in ons land heeft de regering eind 2009 een begrotingsoefening gemaakt die niet alleen de begroting 2010 behelsde. Zij bevatte ook een reeks maatregelen die meteen ook in 2011 effecten zullen ressorteren. Voornoemde maatregelen worden door het Planbureau en de Hoge Raad van Financiën niet meteen in rekening gebracht omdat de politieke beslissingen daartoe nog niet definitief zijn genomen. De regering kent de desbetreffende maatregelen echter. Zij zijn genotificeerd. Wij weten welke maatregelen het betreft. Wij hebben ze nu ook in rekening gebracht, wat maakt dat de cijfers voor de tekorten in het meerjarentraject verbeteren, in het bijzonder voor 2011. Op voornoemde wijze is de regering tot het Stabiliteitsprogramma gekomen dat terug te vinden is en waarvan het verschil tussen september 2009 en januari 2010 te vinden is op de laatste slide die ik u heb voorgelegd. De grootste wijzigingen zijn dus dat het tekort in 2012 van 4,4 % naar 3 % gaat. De schuld in 2012 wordt in plaats van 100,4 % tot 100,6 % opgetrokken. Er is voor de periode 2010-2012 een structurele verbetering van het tekort van 1,7 % in plaats van 0,7 %. Mevrouw Gerkens, mijnheer Tobback, de regering acht het mogelijk de norm van 3 procent te halen door middel van conjuncturele maatregelen of maatregelen waartoe zij zelf besluit voor de begrotingen 2010 en 2011. Indien nodig zullen er uitzonderlijke maatregelen genomen worden. Dat kunnen structurele maatregelen zijn, die de Hoge Raad van Financiën en de Europese Commissie aanbevolen hebben, en dus niet noodzakelijk eenmalige maatregelen, want daar ben ik tegen gekant. Wanneer u mij vraagt welke deze maatregelen zullen zijn, dan moet ik u zeggen dat ik u het antwoord vandaag schuldig zal blijven. Mijnheer de voorzitter, ik dacht trouwens dat men een regering nooit vraagt naar haar intenties, maar altijd naar haar daden. Ik begrijp de bekommernis. Het zou de eerste keer zijn in het Parlement dat wij maatregelen zouden bespreken die binnen ongeveer anderhalf à twee jaar op begrotingsvlak zullen worden genomen. Er is ook nog zoiets als de annuïteit van de begroting. Als u mij vraagt welke deze maatregelen zullen zijn, dan zeg ik u dat ik u het antwoord daarop schuldig moet blijven al heb ik in het achterhoofd wel een aantal ideeën. Ik kan u wel zeggen dat, als wij bijkomende maatregelen moeten nemen, het de vaste wil is van de regering om in deze een evenwicht te behouden tussen inkomsten en uitgaven. Ook daar moet ik u erop wijzen dat inkomsten niet meteen belastingen betekenen. Dit wordt ook meteen verkeerd begrepen. Het is niet omdat aan de inkomstenzijde van de begroting wordt gewerkt, dat er meteen moet worden gedacht aan een verhoging van de fiscale druk. Kijk maar naar de maatregelen die genomen zijn voor de opmaak van de begrotingen van 2010 en 2011. De inkomsten die komen uit de energiesector of de bancaire sector zijn niet meteen fiscale ingrepen, maar zij verhogen wel de inkomstenkolom van onze begroting. Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik daarmee grotendeels heb geantwoord op de vragen die mij werden gesteld. Ik heb er ook aan gehouden de cijfers mee te delen om in alle transparantie te antwoorden op de vragen die mij werden gesteld. Mochten er bijkomende vragen zijn… De voorzitter: Dit zal blijken uit de replieken.
....01.10 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik dank de minister voor het uitgebreide antwoord en de slides. U hebt gezegd dat regeringen alleen op hun daden aangesproken en beoordeeld worden, en niet op hun intenties. Het is natuurlijk wel zo dat in dit stabiliteitsprogramma de intentie is uitgesproken om 0,4 % extra te gaan saneren. Bijgevolg is het ook niet abnormaal dat wij vragen stellen naar die intenties en naar de manier waarop die intenties verwezenlijkt zullen worden. Dan is het bijzonder geruststellend te horen dat de regering wel weet op welke manier ze het gaat doen, maar dat wij dit voorlopig nog niet mogen horen. Op onze vragen of er effectief een structureel saneringsprogramma achterzit, krijgen wij op dit moment nog geen enkele informatie. Het enige dat wij dus nu in de hand hebben, en daar geef ik de heer Tobback ten volle gelijk in, is die conjuncturele meevaller. Ik heb uw slides nog eens goed bekeken en dan valt er mij toch wel iets interessant op. Op 26 januari hebt u samengezeten met de Gemeenschappen en de Gewesten, en er is in de pers in verschillende artikels verschenen dat het een pure formaliteit was. Evenwel, de cijfers die in september op de slides staan zijn verschillend van de cijfers die op 30 januari op de slides staan. U zegt nu dat dit verschil te verklaren is door het feit dat wat in de parlementen werd ingediend, gebruikt is om te verwerken in de slides. Ik zal dat eens nakijken, maar dat lijkt me iets te eenvoudig als verklaring. In het Vlaams Parlement bijvoorbeeld werd met heel veel verbaal spiergerol gezegd dat er gesaneerd zou worden ten voordele van het Vlaams Parlement, en niet ten voordele van de federale begroting of van de totaliteit van de gezamenlijke overheid. Ik vraag mij dus af – ik zal dat eens rustig nagaan – of de simpele overname van de cijfers ook een pure formaliteit is, of als gevolg heeft dat de Vlaamse regering al dan niet van mening is veranderd. We krijgen de cijfers hier gepresenteerd, ik vraag het mij af en ik zal daartoe de cijfers allemaal nog eens naast elkaar zetten. Op de pagina die wij gekregen hebben uit het stabiliteitsprogramma, uit een van de 80 pagina’s van “België versus de Europese landen” die u hebt gebruikt om aan te tonen dat wij voorzichtig zijn, staat te lezen – dat onderschrijft ook de eerste uiteenzetting, het feit dat er geen enkel structureel saneringsprogramma is – dat de “figures” voor 2011 en 2012 “are not to be interpreted as budgettary targets, but as technical outcomes based on a no-additional policy scenario”. Dus, we houden het zoals het is, en “the governement will start the sitting further mesures in june”. Nu weet u ook dat een van de weinige deadlines die de regering, of, laat me zeggen, de meerderheidspartijen, zich heeft gesteld inzake het communautaire, Pasen was. Ik vraag mij dus af hoe dat allemaal in mekaar past en welk spel hier wordt gespeeld. Misschien was de bijeenkomst met de Gemeenschappen en de Gewesten puur een formaliteit. 01.11 Minister Guy Vanhengel: Mevrouw Almaci, voor alle duidelijkheid: daar staat een asterisk. 01.12 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ja, dat weet ik. 01.13 Minister Guy Vanhengel: Die asterisk staat naast “The Netherlands”. Ja? 01.14 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ah, excuseer. 01.18 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Excuseer, ik trek mijn woorden terug. De voorzitter: (…) 01.19 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, daardoor voel ik mij niet aangesproken. Daar mag collega Tobback op reageren. Mijn excuses, mijnheer de minister. Mijn vergissing ontstond alleen omdat ook u had gezegd dat de regering dat pas in de zomer ter hand zou nemen, en pas op het einde van 2010 de hele boel zou herbekijken. Ik blijf er wel bij dat ik wil nagaan of die simpele overname van de cijfers effectief wel zo’n simpele overname is. Ik wil u alle vertrouwen geven. U hebt opnieuw een duidelijke intentie gegeven om te besparen, zonder te zeggen op welke manier en zonder te zeggen wat er, na het overleg met de Gemeenschappen en de Gewesten, al dan niet principieel veranderd is. De forse uitlatingen in verschillende parlementen daar gelaten, kan men dus enkel en alleen zeggen dat er nog altijd geen shift zit in de visie van deze regering. U hebt er ongetwijfeld wel een, net zoals de verschillende meerderheidspartijen er ook wel een zullen hebben. De Hoge Raad van Financiën daarentegen is zeer duidelijk. De pensioenen komen op ons af. De sociale zekerheidsproblematiek is er. De vraag wordt gesteld naar een nieuwe architectuur van onze fiscaliteit. Er wordt hier gezegd dat het Zilverfonds een lege doos is. Die discussie hebben we hier in de commissie ook al verschillende keren gevoerd. Het enige antwoord komt erop neer dat de problematiek op de lange baan wordt geschoven. Deze keer is er zelfs geen deadline meer: “Reken ons af op onze daden.” Er is geen enkel concreet antwoord uit de pensioenconferentie gekomen. Ik vraag mij af of die zelfs wel heeft plaatsgevonden. Er is geen enkel concreet antwoord gekomen met betrekking tot de fiscaliteit en met betrekking tot de uitdagingen die de Hoge Raad van Financiën zo duidelijk formuleert. Het enige wat u vraagt is om u niet af te rekenen op intenties, maar het enige wat u voorstelt is een intentie. U spreekt uzelf tegen. U vraagt niet afgerekend te worden op intenties, terwijl het enige wat u presenteert eigenlijk intenties zijn. Met alle respect, maar met deze continu heropstartende regering is vertrouwen in voortdurende intenties die nooit enig resultaat opleveren, weinig steekhoudend. We houden het in elk geval verder in gaten. We zullen zien wat er gebeurt in de zomer, tegen de begrotingscontrole. We zullen zien op het einde van 2010, wanneer de verkiezingen heel dichtbij komen. Dat moet ik u niet zeggen. ...01.23 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, ik moet collega Tobback zeggen dat de teleurstelling wederzijds is. Ik neem ze echter volledig voor mijn rekening. Ik kom uit het onderwijs en ik ben gevormd door pedagogen die mij zeiden dat, indien mijn toehoorders niet begrepen wat ik zei, dat aan mij lag. Ik kan mij niet inbeelden dat u mij moedwillig niet zou willen begrijpen. Dat kan geenszins het geval zijn, het zal dus aan mij liggen dat u niet helemaal door hebt wat ik u heb willen diets maken. Ik doe echter een tweede poging tot pedagogische uitleg, in de hoop dat het dan tot u doordringt. De Hoge Raad van Financiën vraagt om bijkomende saneringsmaatregelen te implementeren vóór juni van dit jaar, zodat de doelstellingen die wij vooropstellen, gehaald kunnen worden. Dat betekent dat de maatregelen waartoe de regering beslist heeft, niet alleen voor de begroting voor 2010, moeten geïmplementeerd zijn. Van die maatregelen, die inderdaad geïmplementeerd zijn, hebben de Hoge Raad van Financiën en de Europese Commissie gezegd dat ze voor 2010 perfect in orde zijn. Wij gaan nu over tot de implementatie van gelijkaardige, zelfde maatregelen die een structureel effect hebben in 2011. Op zichzelf is dat dus een antwoord misschien ten dele, maar dan toch voor het grootste deel, op de vraag wat onze saneringen voor de komende periode zijn. Dat zullen we nu doen en dat zullen we in juni laten weten. Het merkwaardige is dat we, voor de eerste keer, al vorig jaar de maatregelen hebben genomen die we nu in die kolom zullen zetten. Dat is nog nooit eerder gebeurd. U beweert dat ons antwoord op het advies van de hoge raad neen is. Ik zeg dat het antwoord ja is. Wij hebben al ten dele geantwoord en u weet dat. Aangezien wij de begroting voor 2010 en 2011 hebben bekendgemaakt, weet u welke de maatregelen zijn die in de kolom 2010-2011 hun uitwerking zullen hebben. Het antwoord is dus niet neen, het antwoord op uw vraag is ja. U verwijst naar de Hoge Raad van Financiën en vraagt hoe het met de conjunctuurelementen zit. Daarover is toch geen discussie mogelijk? De afspraak in de regering is dat alle bijkomende inkomsten, ten gevolge van een verbeterde conjuncturele situatie, integraal, van de eerste tot de laatste eurocent, worden aangewend om het lopende tekort naar beneden te halen. Dat is toch duidelijk? ...01.39 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik hoop de sereniteit te kunnen herstellen. Mijnheer de minister, ik heb mij niet afgezet tegen de cijferreeks as such. Ik heb heel snel vergeleken wat er in september in stond en wat er op 30 januari in stond. Er is effectief een verschil. U zegt dat u dit overgenomen hebt van de verschillende parlementen. Ik heb u alleen eraan herinnerd dat in de verschillende parlementen over die cijferreeksen een aantal forse uitspraken zijn gedaan. In de kranten staat dat het overleg dat eergisteren heeft plaatsgevonden met de Gemeenschappen en de Gewesten een pure formaliteit was. Als ik mij baseer op die cijfers — op 3 februari zou het opnieuw plaatsvinden — dan stel ik mij de vraag hoe groot of hoe klein het formele aspect daarvan is, temeer omdat u in uw repliek ook hebt gezegd dat u hoopt dat de entiteiten nu respect zullen opbrengen voor entiteit I. Mijn ongerustheid is niet weggenomen. Integendeel, in uw repliek hebt u het nog een stukje erger gemaakt. Wat uw antwoord over de jaarlijkse aanpak van de begroting betreft, puur technisch gezien klopt het natuurlijk, maar regeren, in een regering zitten, een begrotingstekort aanpakken en goed besturen, betekent ook dat men zaken voorziet en een goed kader uitwerkt. Dat kader moet ongetwijfeld langer dan een jaar meegaan, anders is het geen goed kader. Wij hebben het over de noodzaak om verschillende problemen aan te pakken die zich de voorbije drie jaar in de agenda van deze regering hebben genesteld en ons hebben beziggehouden. Wij hebben verschillende werven gehad, waarvan er een nu opnieuw in de volle aandacht staat, namelijk de vergrijzing. Uw verantwoordelijkheid betreft dus niet enkel dit jaar. Uw verantwoordelijkheid beslaat meerdere jaren. Het is niet omdat uw begroting maar een jaar beslaat, dat u niet het credo van de vorige premier mag huldigen, met name laten wij in deze uitzonderlijke omstandigheden over meerdere jaren heen denken. Dat was nochtans de premier van dezelfde coalitie, met dezelfde partijen, ongeacht de ministerwissels. Uw verantwoordelijkheid gaat wel degelijk verder dan enkel de jaarlijkse aanpak van de begroting. Met betrekking tot de uitgaven en de structurele maatregelen, het volgende. Als ik merk hoe het debat over de notionele intrestaftrek in de meerderheid verloopt, maak ik mij weinig illusies over de structurele maatregelen; zelfs de eerste minister fluit een andere partij terug, enzovoort. Nochtans worden ter zake enorm veel uitgaven gedaan, maar mag er zelfs geen debat worden gevoerd op basis van een objectieve kosten-batenanalyse. Ik zou heel graag tegenover de intenties van de regering om de 0,4 % weg te werken, wat zo mooi in een cijfer kan worden gegoten en aan Europa gepresenteerd, ook een plan met duidelijke maatregelen zien.
01.41 Minister Guy Vanhengel: Tegen juni 2010 gaan we de maatregelen met een impact op de begroting 2011 aanscherpen en in detail uiteenzetten. Het structurele tekort van de Staat en de deelgebieden daalt tussen 2010 en 2012 met 1 procent ten opzichte van het vorige stabiliteitspact: we gaan van 1,7 naar 0,7 procent. De structurele maatregelen voor 2010-2011 zijn goed voor 3,4 miljard. Ze zullen de volgende jaren effect sorteren.
Het incident is gesloten.
|