|
Reeds 41 dagen wachten de 20.000 Belgische klanten van Kaupthing op de deblokkering van hun spaarrekeningen. Het grootste probleem blijkt het feit dat deze Ijslandse bank op de Belgische markt opereert onder Luxemburgse licentie. Bijgevolg ressorteert ze dus onder de bevoegdheid van het Luxemburgse gerecht en is het aan de Luxemburgse regering om een oplossing te vinden. Bij de zitting van 06/11/2008 heeft de premier duidelijk aangegeven dat hij de spaarders ‘uur na uur, dag na dag’ op de hoogte zou houden van de evolutie van het dossier.De laatste communicatie die ik heb kunnen traceren dateert echter van 07/11.
Hij heeft ook gesproken over een mogelijke overname (alhoewel er slechts een kandidaat over was), en over het feit dat eind deze week er meer duidelijkheid zou geschapen worden. Kaupthing bank zelf zegt momenteel geen zekerheid te kunnen geven of er een overnemer gevonden wordt en binnen welke termijn. Ondertussen kunnen spaarders nog steeds niet aan hun geld. Mijn eerste vraag is dan ook: wat is de huidige stand van zaken? Blijft de overname de eerste prioriteit van de regering? Welke drukkingsmiddelen heeft de Belgische regering ondertussen opgestart om het dossier te deblokkeren? Iedereen weet immers dat het IMF voor een bedrag van 2.1 miljard dollar zal tussenkomen om Ijsland en de Ijslandse banken uit het slop te helpen. Heeft onze regering aan het IMF bijvoorbeeld gevraagd om in hun tussenkomst de voorwaarde op te nemen dat de rekeningen van de Belgische spaarders worden gedeblokkeerd. Mijn verdere vragen zijn meer fundamenteel. Maanden geleden was het al duidelijk dat Kaupthing bank problemen had. Verschillende artikels in de krant de Tijd/L’Echo, tussen 1 januari 2008 en september 2008, lieten zich pessimistisch uit over de toekomst van de bank Eind 2007 nam de Kaupthing bank de Belgische Robeco-bank over. Hreidar Mar Sigurdson, de CEO van de Kaupthing bank, haastte zich om de Belgische klanten van Robeco gerust te stellen omtrent de toestand van zijn bank. Sinds 1 april 2008 had men reeds alle elementen dat, in geval van crisis, de bank het niet lang zou uithouden. Er werd gesproken over 59% kans op failliet. Het was daarbij ook duidelijk dat de depositogelden aangehouden werden als als nooduitweg in geval van moeilijkheden. Wat in dit verhaal ontstellend is, is dat de CBFA, die aangaf het dossier van nabij te volgen, op geen enkel moment de alarmbel heeft geluid. Zij hebben nooit ook maar het minste blijk gegeven van vragen bij de situatie van de bank. Hoe is het mogelijk dat een bank in België diensten aanbiedt zonder gedekt te zijn door een depositofonds, en zonder dat de klanten voldoende ingelicht waren over de situatie waarin de bank zich bevond? En verder: in zo’n situatie is het niet verwonderlijk dat een bank met een toentijds dergelijk hoog rendement op spaarinstrumenten, door Test-Aankoop als de beste wordt gecategoriseerd. Niemand kon immers een inschatting maken van de werkelijke situatie en de CBFA sloeg geen alarm. Wat vindt de premier daarvan? Heeft de CBFA haar rol goed gespeeld of niet? Wat is er misgegaan? Heeft de CBFA de regering ooit geïnformeerd over de situatie waarin deze bank zich bevondt? Zoja, wanneer? Op welke manier werd de eventuele doorgegeven info aan de Belgische klanten gecommuniceerd? |