Mevrouw Meyrem Almaci aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen over "de Hitlerherdenkingen in Vlaanderen komend weekend" (nr. P0205)
Bron en volledig verslag http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/52/ip033.html#205.
Plenaire zitting 17/04/2009 De voorzitter: De vraag van mevrouw Almaci is oorspronkelijk gericht aan minister Vandeurzen, maar met ieders goedvinden zal minister Dewael antwoorden.
07.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik wil eerst vermelden dat ik lid ben van Groen! en niet van sp.a-spirit, zoals dat foutief in het document met de vragen staat. Ik ben natuurlijk wel goed bevriend met sp.a-spirit en het doet mij deugd om mevrouw Staelraeve in het groen te zien vandaag. Maar goed, de vraag is natuurlijk heel wat serieuzer. Dit weekend zijn er verschillende herdenkingen gepland van de verjaardag van Hitler, die op 20 april ooit geboren is. Vrijdag is er een memorial voor de fallen heroes, waar Stefan Wijkamp spreekt, de notoire Hitlerlookalike uit Nederland, die vorig jaar in Lommel nogal duidelijke uitspraken deed. Ik citeer hem: "Ons zou veel ellende bespaard zijn als de Duitsers damals gewonnen hadden. Dan was er nu geen sprake geweest van asielzoekers of homohuwelijken." Hij besloot ook met een vreugdekreet: "Onze tegenstanders verwijten ons in het verleden te leven. Kameraden en kameradinnen, het zijn zij die spoedig verleden tijd zullen zijn." Op die bijeenkomst, in Lommel op het kerkhof, werd ook de Hitlergroet gebracht en werden er verschillende ascistische liederen gezongen. Zaterdag wordt eveneens een groot optreden gepland, waarbij onder andere Die Liebenfels Kapelle aanwezig zal zijn, notoire jodenhaters uit Duitsland met heel duidelijke en expliciete teksten. Mijnheer de minister, de voorbije jaren vonden er al tien bijeenkomsten plaats van neofascistische en neonazistische organisaties in ons land. België is een van de weinige landen in Europa waar dat nog niet verboden is. In België is de wettekst van Koen T'Sijen en Claude Marinower, uw collega, er nog steeds niet doorgekomen in het Parlement. In de voorbije legislatuur is over de wet nooit gestemd. Ik vraag mij dan ook af in hoeverre er maatregelen vanuit uw kabinet tegen dat soort bijeenkomsten mogelijk zijn. De CD&V-oppositie had de vorige keer, bij monde van Tony Van Parys en minister Jo Vandeurzen, zoals in de krant stond, laten weten dat er nu al een sluitende wetgeving tegen racisme en negationisme bestaat die het mogelijk maakt om actief op te treden. Het is dan ook zeer moeilijk om te zien hoe de politie op dat soort van ijeenkomsten nog steeds lijdzaam afwezig blijft. Mijnheer de minister, welke maatregelen zult u concreet nemen? Zult u de bijeenkomsten van dit weekend trachten te verbieden? Zal er actief opgetreden worden door de politie en de ordediensten? Wat bent u van plan in de toekomst?
07.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, laat ik eerst en vooral duidelijk stellen dat de verontwaardiging van de collega's tegenover dat soort manifestaties of praktijken ook de mijne is. Een minister van Binnenlandse Zaken moet natuurlijk echter optreden met respect voor de Grondwet en de wetten die door het Parlement worden goedgekeurd. U weet uiteraard dat fundamentele vrijheden in de Grondwet zijn opgenomen: de vrijheid van vergadering, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting. Bovendien hebben wij in onze wetgeving geen instrumenten om dat soort manifestaties preventief te verbieden. De enige mogelijkheid is dat een burgemeester optreedt wanneer hij denkt dat de openbare veiligheid in het gedrang zou komen. Dat is dus een verantwoordelijkheid van de burgemeester. Het enige wat Binnenlandse Zaken actief doet, is een aantal organisaties waarvan de politie, de veiligheidsdiensten en de staatsveiligheid zeggen dat ze gevaarlijk kunnen zijn, screenen en volgen. Ik zeg echter nogmaals dat het preventief verbieden van dat soort activiteiten niet mogelijk is. In de vorige legislatuur heb ik het Parlement een aantal elementen aangereikt om dat eventueel wel te doen. Ik ben er geen voorstander van dat, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, de minister van Binnenlandse Zaken, de uitvoerende macht, bepaalde organisaties buiten de wet zou kunnen stellen. Ik denk dat dat niet de taak is van de uitvoerende macht, dat blijft de taak van de gerechtelijke macht. Ik heb een discussienota aangereikt aan het Parlement om aan te geven dat we in een aantal omstandigheden door tussenkomst van de gerechtelijke macht misschien toch meer zouden kunnen doen. Dat wetgevend initiatief, waarnaar u verwijst, collega, is effectief niet afgerond. Ik denk dat het niet goed zou zijn dat zo'n initiatief van de regering zou uitgaan. Mijn vraag aan het Parlement is dus om na te gaan of het mogelijk is om die discussie opnieuw op te starten en een consensus te bereiken over de fractiegrenzen heen. Het is dus niet de minister die organisaties buiten de wet plaatst of een manifestatie preventief verbiedt, het moet gaan om een tussenkomst van de rechterlijke macht, want het gaat hier om fundamentele rechten en vrijheden van de burger. Een laatste opmerking, ik geef het antwoord eveneens namens collega Vandeurzen. U had hem ook vragen gesteld. Hij heeft mij laten weten dat hij zijn diensten, het parket en het parket-generaal, in kennis heeft gesteld van de manifestatie en dat ze uiterst waakzaam zullen optreden. Zij hebben natuurlijk vaststellingen en processen- verbaal nodig om de bestaande wetgeving in verband met racisme, xenofobie en negationisme effectief toe te passen.
07.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik ben zeer blij dat u weer verwijst naar het wetsvoorstel. Het is zeer belangrijk dat het er komt. Ik wens echter toch twee zaken te laten opmerken. Ten eerste, in de voorbije legislatuur hebben uw collega's van CD&V zelf gezegd dat er op dit moment een sluitende wetgeving bestaat. Er is het feit dat zowel het Anti-Fascistisch Front als het Forum der Joodse Organisaties aangeeft dat er op dit moment door de politie al te vaak lijdzaam wordt toegekeken. Wanneer wij zien dat er zowel in Vremde als in Mechelen verschillende incidenten zijn geweest, onder andere de aanval op een VTM-journalist en de aanval op een allochtoon die daar toevallig in de buurt was, dan denk ik dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om op dat moment in te grijpen. Het is nodig dat onze politie en ordediensten van dat soort situaties ook een prioriteit maken, zoals Tony Van Parys ook gezegd heeft. Ten tweede, wij hebben onlangs het VN-rapport gekregen waarin het nog niet verboden zijn van dergelijke racistische organisaties en het nog steeds voorkomen van hate speech in ons land als belangrijke aandachtspunten worden aangewezen. Het wordt tijd dat wij daarvan werk maken. Het staat niet in de beleidsnota's. Het staat ook niet in het regeerakkoord. Ik hoop dat er dringend een duidelijk signaal komt vanuit uw regering, van de verschillende ministers, dat er overleg komt tussen u en de heer Vandeurzen. Ik hoop echter vooral ook dat dit weekend de staat van paraatheid wordt opgeroepen voor zowel de staatsveiligheid als de ordediensten en dat men op het moment dat de Hitlergroet wordt gebracht, hate speech wordt uitgesproken en dergelijke meer, effectief ingrijpt en vergaat tot vervolging. 7.06 Minister Patrick Dewael: Ik wil één element toevoegen. U mag twee zaken niet met mekaar verwarren. Er is het repressieve. De minister van Justitie, de parketten kunnen alleen maar vervolgen als er vaststelling is van een misdrijf. De wetgeving is voldoende accuraat en geeft in voldoende mate de basis om dat soort van laakbare praktijken effectief te vervolgen. Dan heeft een manifestatie echter plaatsgehad. Hetgeen mensen tegen de borst stuit - en ik begrijp hen - is dat dat soort van manifestaties kan georganiseerd worden. Men is daar natuurlijk zeer creatief in. Men gaat dat een andere naam geven, men doet dat op andere plaatsen, men gaat zich beroepen op het feit dat het gebeurt op private eigendom en dergelijke meer. Om daar efficiënter te kunnen zijn, om preventief te kunnen optreden, is het nodig - ik herhaal het - dat u, het Parlement, een wetgevend initiatief neemt. Laten wij niet altijd de bal terugspelen naar de regering. De regering komt met ontwerpen als ze moet komen, maar het lijkt mij een aangelegenheid te zijn, aangezien het gaat over fundamentele rechten en vrijheden, waarin het Parlement zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Er bestaat een discussietekst. Laten wij over de fracties heen die snel tot wet realiseren.
7.07 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, ik ben het absoluut eens met de realisatie van die wet, maar ik wil even reageren met een duidelijk voorbeeld. Bij een anti-NSV-betoging vorig jaar heeft de politie preventief mensen op trams opgepakt. Daar is het wel mogelijk. Waarom is dat niet mogelijk voor dit soort van manifestaties, waar de politie vorig jaar mensen van extreemrechtse signatuur in Mechelen tot op de snelweg heeft begeleid? Ik vraag mij af waarmee wij bezig zijn?
|