Het regent geruchten rond Dexia. Na 15 jaar lijkt het sprookje van het huwelijk tussen het Gemeentekrediet en de Crédit Local de France aan haar einde toe. De expansiepolitiek die Dexia de jaren voor de financiële crisis heeft tentoongespreid, heeft haar – alle overheidsingrijpen ten spijt- ten langen leste ingehaald. In de jaren en maanden voor de crisis dreef de bank haar speculatieve activiteiten verder op, juist omdat alle anderen zich begonnen terug te trekken. Het getuigt van een blindheid die grenst aan de waanzin. Alle reddingspogingen en –manoeuvres ten spijt zijn het vandaag de traditionele aandeelhouders, de Belgische gemeentes en provincies, die daarvoor het gelag betalen.
Het dossier Dexia moet terug opgenomen worden door de bijzondere bankencommissie. Ongetwijfeld zal het debat er gaan over de toplonen – huidig CEO Mariani verdiende in 2010 om en bij de 9000 euro per werkdag- , de bonussen, gouden parachutes en zelfs ‘golden hello’s’ of welkomstpremies, waar Dexia na de bankencrisis kwistig mee strooide. Maar wat ons betreft zal niet alleen het businessmodel van Dexia besproken worden. Naast de rol van de CEO’s en politieke zwaargewichten als Dehaene en Serge Kubla in de bank zelf, moet eindelijk ook de rol die de lokale politici in de gemeentelijke holding (GH) speelden fundamenteel onderwerp van debat worden. Elk van hen moet voor hun verantwoordelijkheden worden geplaatst.
Het is de holding die in de jaren voor de crisis klakkeloos de lijn van de bank volgde en verdedigde. Nog in mei 2007 schaarde haar voorzitter, de heer Francis Vermeiren, zich volmondig achter de strategie. Het leek een sprookje, met politici als leerling –tovenaars die lood in goud veranderden. Allen in slaap gewiegd door 15 jaar van dividenden, ter waarde van maar liefst 2,5 miljard euro.
Het is de holding die Dexia tijdens de crisis noodgedwongen met 500 miljoen € bijsprong. Ze klopte daarvoor aan bij de eigen aandeelhouders, steden en gemeenten. Die werden gelokt met de belofte van een rendement van 13% op de nieuwe ‘preferente’ aandelen. Regelrechte chantage, omdat lokale besturen die hier niet instapten geen inkomsten meer zouden innen op hun ‘gewone’ aandelen. Het beloofde rendement werd overigens slechts één jaar nagekomen.
De aandelen staan vandaag bij de gemeentelijke holding ingeboekt op een virtuele waarde van om en bij de 8€. De beurswaarde bedraagt 1.5€. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten luidt de alarmbel. De lokale besturen zullen op grote schaal personeel moeten afdanken of de belastingen verhogen om het hoofd boven water te houden, zo klinkt het. Het is alle hens aan dek. Maar de federale overheid heeft na het kernkabinet van vorige week verklaard dat het de laatste keer is dat ze bijsprong. Ook de Vlaamse regering gaat niet verder mee: minister Bourgeois liet fijntjes optekenen dat de besparingen voor de gemeenten ‘nu ook niet onhaalbaar zijn’. Na 3 jaar van overheidsingrijpen lijkt de grens bereikt.
De eerste prioriteit moet zijn om nu de schade te beperken en de Belgische tak van de bank veilig te stellen. Vandaag bestaat Dexia enkel nog bij gratie van de om en bij 4 miljard euro die de diverse overheden, en dus de belastingbetaler, al in de bank hebben gepompt. Daarvan is op dit moment reeds 3 miljard ‘verdampt’, tegelijk met de beurswaarde. De komende weken zullen de gewesten en de lokale overheden moeilijke beslissingen moeten nemen. Geld bijpompen, de schulden kwijtschelden, de verliezen inboeken, er is geen enkele pijnloze optie denkbaar.
Ondertussen is Vermeiren nog steeds de voorzitter van de Holding. Hij krijgt volgens bronnen op het internet een vergoeding van zowat 46.000 euro en wordt geflankeerd door een rits burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden van allerlei politieke gezinten in het bestuur. Van Jaak en Jef Gabriëls, Philippe Heylen (CD&V), Geert Bervoets (Sp.a), tot Rik Daems (Open Vld).
In het licht van de gebeurtenissen is het niet meer dan logisch dat de politieke bestuurders van de bank en de Holding de eer aan zichzelf houden en collectief hun ontslag indienen. Om de slogan ‘voor wat hoort wat’ op zichzelf toe te passen en hun presentiegelden van de voorbije jaren terug te storten. De parlementaire onderzoekscommissie moet hen en hun voorgangers voor die verantwoordelijkheid plaatsen en tegelijk de corporate governance codes eindelijk wettelijk verankeren. Onze politici, op alle niveau’s van de structuur van Dexia, hebben schromelijk gefaald. Zij zijn mee aansprakelijk voor het fiasco waarin de bank zich nu bevind. Het is dan ook niet meer dan billijk dat zij na de bonussen ook de malussen in ontvangst nemen.
Het Dexia-dossier is is de zoveelste wake-up call: belangenvermenging tussen politieke mandaten en zitjes in raden van bestuur leiden tot slecht bestuur. Een debat over parlementaire vergoedingen is mooi, een debat over de cumul tussen politiek en externe mandaten in intercommunales en bedrijven nog veel beter. Onze voorstellen liggen alvast klaar.
Meyrem Almaci
|