|
Onthutsing. Dat is zowat het eerste gevoel dat ik kreeg bij het horen van de nieuwsberichten rond de steekpartij in Brussel Centraal. Ontzetting ook, zoals ik die voel bij de beelden van misbruik van mensen aan andere kanten van de wereld, dagdagelijks op tv. Het wekt mijn weerzin op, mijn onbegrip en vervolgens de wil om er iets aan te doen en de maatschappij door elkaar te schudden tot alles weer in de juiste plooi ligt. Maar bovenal heerst er ontreddering. Ontreddering als dagelijkse pendelaar in Brussel, ontreddering als ‘allochtone jongere’, ontreddering als mens.
Ontreddering omdat deze trieste zaak door minder serene mensen dan de ouders van de jongen zelf, gebruikt zal worden om te polariseren. Om te roepen dat het de schuld is van één groep, één achtergrond of één religie. Ontreddering omdat deze zaak misschien wordt gereduceerd tot racisme, van allochtonen naar autochtonen toe. Het is zovéél meer. Blijkbaar leven in onze samenleving groepjes mensen die geen band meer lijken te hebben met de maatschappij en die samenleven tot een absoluut recht van de sterkste reduceren. Mensen zonder enig besef van de waarde van een ander leven. Mensen zonder empathie, zonder mededogen, zonder perspectief misschien… Voor wie het credo geldt: als het mijn maatschappij niet is, dan mag ik er de regels van overtreden. Het lijkt wel alsof het leven een spel is waarin ze zoveel mogelijk punten moeten scoren voor zichzelf en hun groepsgenoten, ten koste van anderen. Het zijn jongeren die op de prille leeftijd van 16 de maatschappij hebben opgegeven. Of was het omgekeerd? Wie zal het weten? De analyse komt onherroepelijk na de daad. Ik kan enkel mijn gevoel weergeven dat zegt dat rondom mij, de laatste jaren, ogenschijnlijk steeds meer uitingen van zinloos geweld de kop opsteken. De vechtpartij in Elverdinge, de brutale aanslag op een holebikoppel in Antwerpen, ‘steamende‘ jongeren…. En deze steekpartij. Soms denk ik dat de wereld z’n verstand verloren is. Of dat het mijne te klein is om deze onrechtvaardigheden allemaal te bevatten. Want het had ik kunnen zijn, of u, of onze zus, vader, vriend of buur… Als slachtoffer is iedereen gelijk. Laten we dan samen, met al diegenen die dezelfde weerzin delen, dezelfde onthutsing en dezelfde weerloosheid onze menselijkheid benadrukken en deze jongen, zijn familie en alle andere slachtoffers van zinloos geweld eren. Door ze te steunen, woordeloos, maar ook in daden: door elke uiting van geweld, door wie en waar dan ook, krachtig te veroordelen en waar mogelijk en achtzaam zelf in te grijpen. Door aan te geven dat aan dit soort daden in onze samenleving, een samenleving van autochtonen én allochtonen, holebi’s en hetero’s, jongeren en ouderen… geen plaats zal worden gegund. Dit is niet iets waarmee ik wil leren leven. Ik wil dat aan deze jongeren en aan alle andere daders rekenschap wordt gevraagd en dat hen duidelijk wordt gemaakt dat zij wél deel uitmaken van een geheel. Een geheel dat werkt volgens menselijke regels. En dat het menselijkheid is wat ons bindt. Wie dat negeert is voor zichzelf verloren. In dat opzicht is geweld altijd zinloos, voor dader en voor slachtoffer. En voor de achterblijvers nog het meest. |