Home Pers & Opinie Opinie's Hoofddoeken en onderwijs: wie willen we nu eigenlijk beschermen?
Hoofddoeken en onderwijs: wie willen we nu eigenlijk beschermen?
dinsdag, 24 maart 2009 14:15

Ons onderwijssysteem in Vlaanderen is het resultaat van een complexe en woelige geschiedenis. Na een jarenlange schoolstrijd is er een systeem ontstaan waarin niet alleen het recht op onderwijs, maar ook het recht op het organiseren van onderwijs naar eigen levensbeschouwelijke overtuigingen centraal staan.

Sinds de schoolstrijd is er veel veranderd. Onze maatschappij is gekleurder geworden, niet in het minst omdat er een groep nieuwe gelovigen is bijgekomen. De ideologische achtergrond van deze groep stelt het katholieke net en het gemeenschapsnet met al hun scholen voor een fikse uitdaging. Op welke manier dient de achtergrond van deze groepen in de scholen worden gekaderd? Niet zelden onstaat er een ideologische spanning tussen de verwachtingen van de vragende partij –kinderen en hun ouders- en het ideologisch kader van de school. Vanuit de netten en de overheid is beslist de scholen alle vrijheid te laten om zelf hun lijn hierin te bepalen. Dit is absoluut verdedigbaar vanuit geschiedkundig oogpunt, en vanuit het recht van scholen op het instellen van onderwijs naar eigen inzicht en overtuiging.

Vanuit die zelfbeschikking mogen scholen in hun schoolreglement een aantal regels voorschrijven aan hun leerlingen. Een daarvan is het verbod op het dragen van hoofddeksels. Steeds meer en meer zien we dat dit onderdeel van het reglement als middel tot verbod van de hoofddoek wordt gebruikt: omdat het gezien wordt als hoofddeksel, als symbool van onderdrukking of als zijnde in strijd met de levensbeschouwelijke visie van de school. Steeds meer en meer scholen stellen een dergelijk verbod in. De vraag is of, wars van alle ideologische en religieuze en zelfs geschiedkundige redenen, dit verbod doel treft.

Mijn overtuiging is dat een dergelijk verbod slechts 1 persoon treft: de leerling zelf. Laat me toe dit standpunt te verduidelijken.

Als een kind van thuis uit gedwongen wordt een hoofddoek te dragen, en de school besluit daarom de hoofddoek te verbieden, dan vrees ik dat dit verbod een averechts effect zal hebben. Ouders of andere familieleden die de jongere deze dwang opleggen zullen op zoek gaan naar een andere school zolang de schoolplicht geldt, of zullen hun kind zo snel mogelijk van school halen. Hoedanook is het gevolg dat de maatschappij haar grip op dit kind verliest. We verliezen haar uit het oog, en daarmee verliest dit kind de laatste kans op hulp en begeleiding om uit de situatie van dwang te komen. Hoe vaak zeggen we niet dat onderwijs emancipeert? Mijns inziens is het aanbieden van scholing aan deze groep van kinderen die onder dwang staat, de beste garantie dat zij uit die spiraal geraken en dat we hen kunnen helpen.

De meerderheid van de jongeren kiest echter voor de hoofddoek vanuit een identiteitsgegeven. Zij ervaren dit als een stuk van wie ze zijn, als teken dat ze fier zijn om te behoren tot een religieuze minderheid. In een klimaat waarin we steeds meer en meer op een positieve manier de nadruk op diversiteit in ons onderwijs en in de maatschappij willen leggen, is een verbod op het dragen van de hoofddoek voor adolescenten niks meer of minder dan een negatie van hun identiteit. Voor deze groep is de hoofddoek helemaal geen negatief symbool van onderdrukking, maar integendeel een positief symbool van eigenheid. Zij hebben ook vanuit de grondwet het recht op het beleven van die religieuze en zelf culturele eigenheid.

Door de hoofddoek tot een symbool te verheffen, wordt het debat alleen maar gepolariseerd. Jongeren gebruiken dergelijke symbolen ook als identificatiemiddel: als iets niet mag zullen ze het des te meer benutten. Vandaar ook dat steeds meer en meer binnen de jongerengroepen zelf er nu een druk komt om de hoofddoek wel te dragen: als middel om je te bekennen tot een groep. De beladenheid en steeds grotere nadruk en touwtrekkerij rond dit symbool maakt dat de groep moslimmeisjes steeds meer en meer gewrongen wordt tussen twee extremen in een debat waarin zijzelf weinig of niks meer in de pap te brokken hebben. Slachtoffer is in beide gevallen het meisje zelf. Het gevecht rond identiteit ten top. Wie zei ook alweer dat de grenzen tussen culturen belichaamd en uitgevochten worden via het controleren van het gedrag van de vrouwen?

Wat willen we hiermee uiteindelijk bereiken? Wie willen we helpen? Wie willen we beschermen? En, bereiken we dan dat doel? Hoe meer scholen de hoofddoek verbieden, hoe moeilijker het voor een kind met hoofddoek op (al dan niet gedwongen) wordt om degelijk onderwijs te krijgen. De schoolloopbaan zal onderbroken worden, vertraagd worden of gewoon stopgezet worden. Wanneer wordt de grens getrokken? Als men in geen enkele school meer met de hoofddoek terecht kan? Waar ligt dan het recht op onderwijs? Wie wint er dan in dit debat?

Laat ons terug gaan naar de essentie en de hoofddoek terug brengen tot wat het 20 jaar geleden was: een uiterlijk teken van religiositeit waaraan verder weinig belang werd gehecht en dat niemand stoorde, ook niet in het katholieke onderwijs, waar men eerder de positieve link legde met de nonnetjes van weleer. Laat ons deze kinderen in de eerste plaats alle kansen geven zich te ontplooien en binnen de verschillende gemeenschappen vechten voor de onafhankelijkheid van de vrouw. Het is niet omdat je een hoofddoek ophebt dat je automatisch onderdrukt wordt, het is niet omdat je geen hoofddoek ophebt dat je als vrouw in deze maatschappij automatisch alle kansen krijgt.

Als we kinderen willen beschermen, emanciperen, in al hun diversiteit erkennen en een goede toekomst willen geven, dan is zowel in het geval van een gedwongen hoofddoek als in het geval van een vrije keuze een verbod mijns inziens niet de beste oplossing. Scholen de vrije keuze geven leidt in praktijk tot een cascade van verboden, waarbij het recht van elk kind op onderwijs steeds als verantwoordelijkheid van een ander wordt doorgeschoven. Dit is niet fair. Laat ons daarom het debat voeren in alle eerlijkheid en het vacuüm tussen het recht op het inrichten van onderwijs naar eigen levensbeschouwing dringend afwegen tegenover het universele recht van elk kind op onderwijs.

Laatst aangepast op dinsdag, 24 maart 2009 14:18
 
Banner
Banner
RocketTheme Joomla Templates