|
Vaste criteria, onafhankelijke controleorganismen en, waar nodig, ook sanctionering. Dat zijn de elementen van een goed label. Meyrem Almaci is Kamerlid van Ecolo-Groen!.
*** In de Week van de Fair Trade onderstreept een groep politici het belang van eerlijke handel. Ze pleiten voor een wet om het scala aan goede initiatieven te stroomlijnen. Maar welke koffie smaakt het zoetst voor de kleine boer? En welk certificaat is het betrouwbaarst? *** @4 DROP 4 OPINIE:Velen onder u hebben het wellicht al gemerkt: het is de Week van de Fair Trade. Met eerlijke ontbijten over het hele land en blitse inruilacties waarbij je je traditionele ijsje kunt inruilen voor een hippe, eerlijke variant blaast de zevende Week van de Fair Trade alle vooroordelen over geitenwollensokken weg. Fair trade leeft, is hip en bruisend. Dit alles is niet zomaar gebeurd. Er zijn meer dan veertig jaren van bewustmaking aan voorafgegaan. Op de eerste conferentie van de Verenigde Naties over handel en ontwikkeling in 1964 wezen verschillende landen al op de noodzaak van rechtvaardigere en evenwichtigere internationale handelspraktijken. Onder de slogan 'Trade, Not Aid' lieten ze verstaan dat eerlijke handel met het Zuiden de beste garantie voor ontwikkeling is. Misverstanden In de winkel zijn de fairtradeproducten sindsdien allang niet meer op een hand te tellen. De Max Havelaarbananen hebben het gezelschap gekregen van koffie, chocolade, olijfolie, rijst, wijn, kledingstukken en juwelen. Heel wat consumenten kopen geregeld een fairtradeproduct en de markt heeft nog een groot potentieel. De essentie van het label is ook helder en simpel: aan de kleine producent, meestal boeren, wordt steeds een meerprijs bovenop de marktprijs gegarandeerd. Fair trade werkt dus binnen het marktsysteem. Voor miljoenen mensen in het Zuiden betekent dit elke dag het verschil tussen een hongerloon en een menswaardig inkomen. Fair trade is ook leuk: het bewijst dat maatschappelijk bewustzijn perfect kan samengaan met genieten. Het mag dus niet verwonderen dat, dankzij de komst van het fairtradelabel, het bewustzijn over duurzame handel bij de consument en het bedrijfsleven danig werd aangewakkerd. Onlangs pakte het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zelfs uit met de brochure Bedrijven maken het verschil met duurzame handel. Een goede zaak. Het is alleen jammer dat onder meer het VBO wettelijke initiatieven voor fair trade liever wil vermijden. Omdat wij vermoeden dat er nog heel wat misverstanden bestaan, willen we hier dan ook van de gelegenheid gebruikmaken om de doelstellingen van zo'n wettelijk kader even scherp te stellen. Waardevolle initiatieven Zo bestaat de vrees dat een fairtradelabel andere initiatieven op de markt weg zal concurreren. De geschiedenis leert echter dat het fairtradelabel niet alleen gezorgd heeft voor een positieve dynamiek, maar ook voor een spillover-effect. In het zog van het fairtradelabel ontstonden immers heel wat andere labels zoals Rainforest Alliance, Collibri, Controle & Origine, Flower Label Program en 4C. Stuk voor stuk waardevolle initiatieven die het gebrek aan aandacht voor maatschappelijke, sociale en ecologische verantwoordelijkheid op de vrije markt elk op hun manier counteren. Een wettelijk kader zal ons inziens verder bijdragen aan die positieve dynamiek. Fair trade en duurzame handel zijn namelijk twee complementaire en elkaar versterkende mechanismen. Een wet zal de consument ook helpen om door de bomen het bos nog te zien. Want wat is het verschil tussen bananen van Max Havelaar en die met een groene kikker erop? Welke koffie smaakt nog het zoetst voor de kleine boer? Welk certificaat is het betrouwbaarst? En wie controleert die hele handel eigenlijk? Dat laatste is belangrijk, want - eerlijk is eerlijk - niet alle bedrijven zijn altijd even ethisch. Sommige ondernemingen kunnen worden verleid om zichzelf een 'duurzaam' of 'eerlijk' etiket op te kleven, zonder de bijbehorende criteria voldoende in acht te nemen. Dat is nefast. Niet alleen voor de consument, maar ook voor de bedrijven die wel de ethische normen respecteren. Wij juichen dan ook toe dat de sector alvast wil beginnen met het gebruik van gedragscodes. Dat is zeker een goed begin, maar uit de praktijk blijkt jammer genoeg ook dat het nog onvoldoende werkt. Zo overtreedt de kledingindustrie bijvoorbeeld regelmatig haar eigen humanitaire code door te werken met onderaannemers die sweatshops uitbaten. Bovendien is elke gedragscode een compromis. Eerder dan de meest ethische regels te hanteren, zal de code gebruikmaken van een aantal basiscriteria die elk bedrijf kan verteren. Dat zal ertoe leiden dat dus gekozen wordt voor de laagste gemeenschappelijke ethische noemer. Wettelijk kader Door een wettelijk kader te creëren, wordt het mogelijk duidelijkheid te scheppen voor de consument en tegelijk ondersteuning te bieden aan een eventuele gedragscode voor duurzame handel. Uit een recent onderzoek blijkt overigens dat bijna de helft van de Belgen voorstander is van een erkenning van fairtradecriteria door de overheid om zo verwarring met andere initiatieven te vermijden. Vaste criteria, onafhankelijke controleorganismen en, waar nodig, ook sanctionering. Dat zijn de elementen van een goed label. Ten slotte nog een belangrijke opmerking: wij menen oprecht dat een fairtradewet het bestaan van andere initiatieven niet in de weg staat. De komst van het biogarantielabel heeft andere ecologische initiatieven ook niet tegengehouden, integendeel. Het is dus, om een boutade te gebruiken, geen of-of-, maar een en-enverhaal. Een wettelijk kader over fair trade laat ondernemers zelfs toe om hun eigen initiatieven in de verf te zetten, eerder dan concurrentie te creëren. Meyrem Almaci (Kamerlid Ecolo-Groen!), Muriel Gerkens (Kamerlid Ecolo-Groen!), Dirk Van der Maelen (Kamerlid sp.a-Vl.Pro), Karine Lalieux (Kamerlid PS), Christian Brotcorne (Kamerlid cdH), Katrien Partyka (Kamerlid CD&V). (Publicatie: De Morgen Publicatiedatum: 8 oktober 2008 Auteur: Meyrem Almaci; Pagina: 99 Aantal woorden: 885) |