|
Discussie over mogelijke handel met voorkennis is nefast voor het vertrouwen. Regering moet deontologische code aannemen. De voorbije dagen zijn verschillende persartikelen verschenen waarin gewag wordt gemaakt van de verkoop met voorkennis van Fortis-aandelen door een regeringslid. Er is sprake van een anonieme klacht, waarbij gesuggereerd wordt dat op 3 oktober, de vooravond van de verkoop van de Nederlandse Fortisactiviteiten, familieleden van minister De Gucht een pakket Fortis-aandelen hebben verkocht. Minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht verklaarde toen van niets te weten, maar erkende tegelijk wel dat zowel zijn echtgenote als haar broer inderdaad aandelen hebben verkocht. In tegenstelling tot wat er in de pers werd beweert zou het volgens de minister niet gaan om een pakker ter waarde van 500.000 euro; maar enkel over een pakket van 2000 aandelen, gekocht aan 22,5 euro. Een pakket van 45.000 euro waarde dus.
Opvallend is ook dat de echtgenote van de minister op 6 oktober in het programma “de ochtend” op de radio een pleidooi hield voor de “kleine ego’s”, de kleine aandeelhouders van Fortis. Ze pleitte er voor diegenen die een paar honderd, hooguit een paar duizend aandelen hebben. Dit is een erg bezwarende situatie die de geloofwaardigheid van zowel de minister als van de regering erg aantast. Het ontlokt bij de bevolking bijvoorbeeld de vraag dat, als de hogergenoemde informatie klopt, er ook andere leden van de regering zich eventueel niet aan verkoop met voorkennis hebben bezondigd in het Fortis-dossier. Het is namelijk helemaal niet duidelijk wie er binnen en buiten de regering allemaal in welke mate op de hoogte was van de situatie bij Fortis Group en van de constructies rond de verkoop van Fortis. U kan begrijpen dat in zulk een situatie enkel volledige klaarheid past om het wantrouwen weg te nemen. Het CBFA zou een onderzoek beginnen naar dit voorval, dit is ook zo bevestigd door de minister van Financiën gisteren. De minister was evenwel erg karig met zijn uitleg. Op de vraag of de CBFA enkel deze klacht onderzoekt, of ook pro-actief de transacties rond Fortis en Dexia in de gaten houdt, heeft de minister niet geantwoord. Op 3 oktober werden er maar liefst 28.560.000 fortisaandelen verhandeld. Dit is een hoog aantal voor wat op dat moment nog “tempore non suspecto” waren. Niemand buiten de regeringsleden wist immers dat Fortis s’avonds ontmanteld zou worden. Groen! wil dan ook graag weten hoeveel personen dat volume aan aandlen hebben verkocht en of dit al dan niet zonder limiet gebeurde. Dit kan immers een extra indicatie vormen over voorkennis. Wij willen hier vandaag zeker niet de rekening van de minister maken, laat dat duidelijk zijn. Maar wij willen wel dat de CBFA een grondig onderzoek voert om de hele situatie uit te spitten . Dat is de enige mogelijkheid om het beschadigde vertrouwen terug te kunnen herstellen. Het zou de minister van buitenlandse zaken dan ook sieren mocht hij, voor dit onderzoek, al dan niet gedeeltelijk, zijn vermogenaangifte openbaar maken voor onderzoek door de CBFA. Door het in de vermogensaangifte opgegeven pakket aandelen te vergelijken met het pakket dat de minister vandaag bezit, kan al heel wat duidelijkheid worden geschapen. Daarnaast moet deze regering zich dringend bezinnen over een deontologische code voor ministers. Een regering dat slechts 27% vertrouwen van de bevolking geniet kan zich dergelijke uitschuivers niet langer permitteren. Na het ontslag van de eerste staatssecretaris voor armoede, de vele ruzies binnen de regering, de farce met betrekking tot het asieldossier en de hallucinante situaties op het kabinet Dewael is dit opnieuw een incident te veel. Tijd voor actie dus. |